Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door eene gemeenschappelijke spiraalvezel omwonden. In het algemeene gedeelte bij de beschrijving der kern vezels heb ik mijn geH voelen omtrent de hypothesen, die hierop kunnen worden gegrondvest, reeds kenbaar gemaakt.

Schwann's derde soort van cellen (over de tweede zal bij het vetweefsel sprake zijn), welke in het bindweefsel uit de oogholte en aan den hals bij het embryo van het zwijn in groot aantal voorkwamen, onderschèidt zich van de eerste daardoor, dat zij zich niet in vezels verlengen en veel grooter worden, ja zelfs de grootte der grootste vetcellen bereiken, waarvan zij zich door haren inhoud onderscheiden. Zij bezitten eene kern, die zich steeds het eerst aan het onderzoekend oog voordoet; de cel is bleek en óf volkomen helder en doorschijnend, óf zij bezit eenen kondigen inhoud, die steeds het eerst in de nabijheid der kern zigtbaar wordt. Sciiwann uit het vermoeden, dat deze cellen bij hare verdere ontwikkeling met elkander gemeenschap gaan oefenen, en hare holten alsdan met de ledige ruimten zouden overeenkomen, die men door opblazing van het bindweefsel verkrijgt. Echter komt hem zelf deze uitlegging onwaarschijnlijk voor, en is hij meer geneigd ze voor eene variëteit van vetcellen te houden, waarin geene ontwikkeling van vetcellen tot stand komt. Het zijn welligt dezelfde cellen, die Yalentin (1) in den navelstreng in de doorschijnende gelei vond, welke de mazen aanvult tusschcn de netsgewijs verbondene bindweefselbundels (2).

(1) R. AVagiulr, Phijs. I, 13".

(2) IUlCHERT (Bemerkumjen etc., p. 108) heeft eenige bijdragen geleverd voor de geschiedenis van de ontwikkeling des bindweefsels in liare eerste tijdperken: de grondslag van bet bindweefsel wordt gevormd door ronde kerncellen, aanvankelijk zoo digt opeengedrongen, dat er van eene tusschen-celslof naauwelijks sprake zijn kan. Wanneer de vorming van bloedvaten begonnen is, dan zijn de cellen uiteen geweken, door eene doorschijnende, halfvloeibare tusschen-celslofgescheiden, welke, bij de poging om de cellen te isoleren, ligt aan het celvlies blijft hangen. Naast de eigenlijke bindweefselcellen komen cr voor, die van fijne puntjes of fijne korreltjes voorzien zijn: de eerste zouden zich lot vetcellen ontwikkelen, de laatste in den toestand van vermeerdering begrepene cellen zijn. Bij den verderen voortgang der ontwikkeling worden de cellen ovaal, staan wijder uiteen, en laten zich uit de tusschen-celslof, die intusschen eene kraakbeenige hardheid beeft aangenomen , niet meer afscheiden. De omtrekken der celvliczen, die aanvankelijk nog

Sluiten