Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonilene en elkander doorkruisende bindweefselbundels bestaat, en dien ten gevolge in losse deelen vaster, in pezige losser is dan de gezonde deelen (1). Wanneer met het bindweefsel gelijktijdig andere weefsels beleedigd zijn, die minder tot regeneratie geneigd zijn, dan vormt na de genezing het bind weefsel alleen het likteeken, zoo als men dit b. v. bij diepere wonden der cutis ziet, van welker gezamelijke organen alleen het bindweefsel met een klein aantal van vaten en zenuwen weder op nieuw worden gevormd, welke het doorschijnende , gladde en glinsterende likteeken vormen. Hetzelfde bindweefsel neemt ook de plaats van andere weefsels en organen in, wanneer deze vernietigd zijn en de organiserende kracht niet groot genoeg is voor hunne regeneratie. Aan de uiteinden van doorgesnedene zenuwen vormt zich het eerst zenuwzelfstandigheid, aan de afgebrokene einden van een been nieuw been, maar beide slechts in eenè beperkte mate; en wanneer de beide vormsels, die van de beide uiteinden uitgaan, elkander niet bereiken, dan wordt de overgeblevene ruimte door bindweefsel aangevuld.

Physiologisch wordt het gevormd in de plaats van geoblitereerde vaten, de navelvaten, den dticlus Botaïli, en vormt het banden, die minder vast zijn dan de vezelige ; pathologisch ontstaat dien ten gevolge ook accidenteel bindweefsel het gemakkelijkst. De gewone uitwassen der huid, de weeke wratten, polypen en mollusca, de zoo menigvuldige fibreuze gezwellen binnen in het ligchaam, bevatten grootendeels bindweefsel op verschillende trappen van deszelfs ontwikkeling. Waar zich met of zonder ettering binnen in het ligchaam een exsudaat organiseert, wordt het eerst bindweefsel gevormd. Het vormt de georganiseerde pseudo-menbranen der sereuze en slijmvliezen; wanneer er na eene ontstekingachtige uitzweeting eene verharding of hypertrophie achterblijft, dan wordt deze veroorzaakt door de ontwikkeling van bindweefsel of door de vermeerdering van het interstitiële bindweefsel, en dit kan in eene zoodanige mate plaats grijpen, dat daardoor de normale zelfstandigheid in hare voeding beperkt, eindelijk ineengedrongen

(1) Over de genezing der peeswomlen raadplege men: PaüLI , De vulneribus sanandis , p, 3C3. ■— V. Ammon , Plxysiolorjia tenoloniiae experimentis illustraln. Dresd. 1037. —- PlUOGOFr, Ueber die DurcJiscJuieidung der Acliillessehne als operativ-orthopaedisches Heilmiltel. Dorp. 1840.

Sluiten