Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedurende 24 uren waren de in vezels verlengde cellen onveranderd, en slechts het cytoblastema opgelost, dat ze verbindt. De vloeistof vertoonde na doorzijging de reactiën van het pyine, met dit onderscheid, dat bij gene de troebelheid, door zoutzuur voortgebragt, in eene overmaat van zoutzuur niet weder werden opgeheven (Schwann). Op dezelfde wijze reageert de zelfstandigheid der granulatiën en condylomata (G. Sijion).

Het bindweefsel is geen afscheidings-orgaan. Vet, dat gewoonlijk als afscheidingsproduct van het bindweefsel beschouwd wordt, omdat het in deszelfs tusschenruimten voorkomt, is een georganiseerd weefsel, dat in eigenaardige cellen gevormd wordt, en tot het bindweefsel in geene andere betrekking staat, dan het pigment ongeveer tot de cutis. De bloedvaten van het bindweefsel leveren slechts deszelfs voedingsstof. Ook komen er vrije vetcellen voor, zonder bindweefsel, bij de lagere dieren en ook bij visschen in de holte van het wervelkanaal. De vloeistof, die in het interstitiële bindweefsel gevonden wordt, verschilt niet van het bloedvocht, dat alle weeke organische zelfstandigheden doortrekt en tot derzelver voeding gebezigd wordt. In klieren bestaan er bijzondere elementaire cellen , die het bloedvocht opnemen, veranderen en dan aan de oppervlakte uitstorten , terwijl zij zichzelven daarmede voeden, groeijen en eindelijk daarin worden opgelost. Met de elementaire cellen der klieren komen in het bindweefsel de elementaire cilinders

ln de gele ligchamen daarentegen ontstaan, volgens Zwickt, de bindweefselvezels werkelijk uit cellen, die aanvankelijk afgescheiden en verlengd zijnen eene kern bezitten. Daarop Iaat Zwicky volgen, dat deze waarneming slccbts dejuistlieid zijner waarnemingen omtrent den thrombas bevestigd beeft. «Zoo daaruit al volgt, dat dit bindweefsel niet in alle gevallen op de door Menie aangegevene wijze ontstaat, dan is de cel vorming, wanneer deze in den beginne werkelijk plaats beeft, toch zoo duidelijk en algemeen, dat men tot baar niet uit slechts enkele, dikwijls nagenoeg niet als cellen te herkennen elementen besluiten mag." Jül. Vogel (Paihol. Anal. des menschl. Kuipers, S. 141) geeft bij de regeneratie van bet bindweefsel eveneens de beide genoemde ontwikkelingswijzen toe, maar voegt er nog eene derde bij, waar namelijk de bindweefselvezels zonder spoor van celkernen of cellen onmiddellijk uit het amorphe vaste cytoblastcem zouden voortkomen. Dezelfde natuuronderzoeker gelooft te mogen aannemen , dat reeds vier of vijf dagen na de verschijning van bet cytoblastema bindweefsel vezels daarin ontwikkeld kunnen zijn, hetgeen IIenle in eene hoogc mate onwaarschijnlijk voorkomt. (Verg. IIeme t. a. p. 1845, p. 57.) Yert.

Sluiten