Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe allengs af; ook doen zich de breedere somtijds overlangs gestreept voor en met enkele overlangsche spleten , even als een lak, welks houtbundels door buiging en doorknakking uiteengeweken zijn. De breedste bezitten eene breedte van 0,0004—0,0029"'; de fijnste, korte takken zijn nagenoeg niet breeder dan de primaire bindweefsel-fibrillen (0,0005'") (1).

Eene derde variëteit bestaat daarin, dat de takken van eene veerkrachtige vezel zich verdeelen en weder bijeenkomen, of zich * tegen naastbij gelegene stammen aanleggen en daarmede ineensmelten. Op vele plaatsen zijn de tusschenruimten in verhouding tot de doormeting der vezels zeer groot, en de anastomoserende takken loopen onder scherpe hoeken weg, zoodat zij vrij wel de ' rigting der stammen volgen, en over het geheel het beeld van evenwijdige en overlangs loopende vezels door de anastomoses niet gestoord wordt. Op andere plaatsen zijn de anastomoses zoo talrijk en de tusschenruimten met betrekking tot de vezels zoo klein, dat men veeleer gelooven moet een netvormig doorboord vlies ' met grootere en kleinere, ronde of ovale openingen voor zich te hebben (PI. II, fig. 11). Enkele ineenloopende takken worden reeds in de gele banden gevonden. Als hoofdweefsel wordt echter deze vorm in het elastische vlies der vaten (zie later) gevonden. Zij komt als eene zamenhangende laag op de oppervlakte van verscheidene uit bindweefsel gevormde vliezen voor, en staat dieper met de interstitiële kernvezels in een zoodanig verband, dat er ook hier geene grens tusschen de elementen van de veerkrachtige laag en de kern vezels te geven is.

De uit elastisch weefsel zamengestelde deelen bezitten eene veel grootere elasticiteit en veel geringeren zamenhang dan die, welke uit bindweefsel gevormd zijn, zoo als blijkt uit de vergelijking van de gele banden der wervelkolom met de even sterke fibreuze banden of pezen. De gele banden bezitten ook niet het vezelig voorkomen der fibreuze; zij laten zich niet zoo goed in bundels ontleden, maar scheuren ook ligt in de dwarste, en vertoonen alsdan

(1) 0,0008—0,0020 Laütiï ; 0.0008—0,0023 in het ligamentum nuchae van den os; 0,001G in de ligamenta flnvu van den menscli, Eoiekbep.g ; 0,0018— 0,0025 Gerbeb; 0,0008—0,0012 Kiuuse.

II. 7

Sluiten