Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De banden of vliezen, die de kraakbeenderen van het strottenhoofd, de luchtpijp en hare takken met elkander en het strottenhoofd met het tongbeen vereenigen. Lautii (1) beschouwt als de plaats van oorsprong van het elastische weefsel van het strottenhoofd de onderste helft van den hoek van het schildvormig kraakbeen tusschen de inplanting de musc. thyreoarytaenoidei. Vandaar gaan deszelfs vezels in den vorm van een zamenhangend vlies eenigzins naar boven, naar achteren en naar beneden. Het gedeelte, dat naar achteren gaat, hecht zich aan den bovensten rand van het ringvormig kraakbeen en van achteren aan den voorsten hoek der grondvlakte van het bekervormig kraakbeen en aan deszelfs voorsten kant; het zet zich als eene dunne laag onder het slijmvlies van den ventriculus Morgagni voort, en overtrekt ook de bovenste stembanden. Langs den ondersten rand krijgt het een bundel van versterkende, van voren naar achteren loopende vezels, die het ligamentum llnjreoarylacnoideum inferius vormen, en tusschen het slijmvlies en de spier liggen. Het gedeelte, dat naar beneden gaat, wordt eveneens door een platten bundel versterkt, het lig. cricolhyreoideum medium. Dunner is de laag van het elastisch weefsel in de trachea; nog dunner en fijner, netvormig in de luchtpijptakken; daar vormen de vezels, waar zij eenigzins opeengehoopt liggen, de gele strepen, die door het slijmvlies heenschemeren. Zij loopen overlangs onmiddellijk onder het slijmvlies, tusschen dat en de spieren of kraakbeenderen. Op de buitenvlakte van het strottenhoofd en de luchtpijptakken komen eveneens elastische vezels voor, maar zeldzamer en zonder eene bepaalde rigting. Van het midden der achtervlakte van het cart. cricoidea gaat een kort en iets dikker ligament, uit elastische vezels , naar den achtersten spierachtigen wand der trachea, en spreidt zicli daarin uit. In het ligamentum thyreoëpiglotticum, glossoëpiglotlicum en stylohyoideum worden veerkrachtige vezels gevonden (2).

Wat den vorm betreft, behoort het grootste aantal dezer vezels tot de eerste variëteit. Overal neemt aan de zamenstelling der vliezen en ligamenten het bindweefsel een wezenlijk aandeel. Nog

(t) Mém. de l'Acad. de médiciiie, 1835. (2) EoLENBERC, p. 13.

Sluiten