Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de laatstgenoemde op de vlakte eene gepuncteerde lijn en op de doorsnede een centraal punt voordoet. Op deze eigendommelijke eigenschap van de vezels der slagaders zal ik in een volgend hoofdstuk terugkomen. Aan de vezels der weefsels, waarover wij hier hebben gesproken , wordt niets daarvan opgemerkt.

Afbeeldingen van elastische vezels, behalve de reeds genoemde, worden bij Sket, Philos. transact 1837, Tab. XIX, fig. 4, en Gerber, Allg. Anat., Taf. II, Fig. 49, Taf. II/, Fig. 54, gevonden.

OVEK [IET VOEDINGSVOCUT EN DE VATEN, DIE VOCHTEN VOORTBEWEGEN.

De grondlaag ook van het meest zamengestelde organische ligchaain is een blaasje, dat de geschiktheid bezit, om aan hetzelve vreemde zelfstandigheden van buiten in zich op te nemen en op eene zekere wijze te veranderen, waardoor het groeit en nieuwe blaasjes voortbrengt, die eindelijk alle, volgens eene in den kiem van den beginne af aan huisvestende wet ontwikkeld en verbonden, het organische ligchaam constitueren. Wanneer deze geschiktheid zich zal doen blijken, dan moet het oorspronkelijke blaasje met stoffen van bepaalde scheikundige eigenschappen omgeven zijn; de stoffen moeten luchtvormig of in vloeistoffen opgelost zijn, om, onder den invloed der warmte, den wand te doordringen. Zonder deze omstandigheden zou de voor ontwikkeling vatbare kiem voor altijd onontwikkeld blijven sluimeren. De stoffen, waarmede zich het blaasje of de cel doortrekken en door tusschenkomst waarvan zij groeijen en nieuwe cellen vormen kan, zijn de voedingsmiddelen inden uitgestrektsten zin des woords; daartoe behoort ook de zuurstof, die in vloeistoffen opgelost of gasvormig door de dampkringslucht aangevoerd wordt.

Maar niet alleen voor haren groei en tol de opneming van nieuwe zelfstandigheden heeft de levende cel behoefte aan voedsel; ook door de wederkeerige werkzaamheid, waarin de elementaire deelen van een organisme tot elkander staan, die zich door datgene

Sluiten