Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenbaar maakt, wat wij de physiologische verrigting noemen, ondergaat elk derzelve onophoudelijk veranderingen, die daardoor weder in het gelijk worden gebragt, dat een nieuwe toevoer van voedsel en eene ruiling van bestanddeelen tusschen haar en het reeds georganiseerde mogelijk is. Zoo worden er ook door toevallige uitwendige invloeden (prikkels) veranderingen in de levende stof te voorschijn geroepen, die, zonder hare vernieuwing, op hare vernietiging zouden moeten uitloopen. De vernietiging wordt ons daardoor kenbaar, dat de wederkeerige werkzaamheid, waarop de physiolo'gische functie berust, ophoudt, en dat de stof, aan zichzelve overgelaten, in het groote huishouden der schepping wederom tot voedingsmiddel voor andere organismen wordt.

Zoodra de ontwikkeling van den kiem, hare afscheiding in hare verschillende systemen en de betrekking dezer systemen tot elkander is in het leven getreden, dan is vernieuwing der stof, hetgeen wij onder het woord »voeding" verstaan, voor elk derzelver een noodwendig vereischte. Wij hadden reeds gelegenheid om op te merken, dat ook de schijnbaar anorganisch gewordene voortbrengselen op de oppervlakte van het ligchaam, de hoornachtige vormsels, leven, en slechts leven door de voeding, die zij van hunne matrix erlangen. Intusschen loopt de taaiheid van het leven der afzonderlijke organische elementen, dat is de tijd, tot waarop zij zonder blijvend nadeel voedsel kunnen ontberen, bij de verschillende organische elementen uiteen. Hoe snel echter de stofwisseling zijn kan en nu en dan zijn moet, bewijst de oogenblikkelijke uitputting der hersenwerkzaamheid bij gebrek aan slagaderlijk bloed.

Het bestaan der organische stof, haar groei, zoowel als hare voeding, is derhalve aan den toevoer van voedingsmiddelen ten naauwste verbonden.

Deze toevoer grijpt zeer eenvoudig en op de gemakkelijkste wijze bij de lagere planten , b. v. bij de gisting-schimmel, plaats, die slechts uit eene cel of uit meerdere bestaan, welke in rijen met elkander zijn vereenigd. Elk dezer trekt onmiddellijk uit de middenstof, waarin zij geplaatst zijn, de voor haar geschikte stoffen tot zich. Bij de meer zamengestelde organismen is het noodig, daargelaten de eenigzins noodzakelijke toebereiding der voe-

Sluiten