Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van levende of pas gedoode dieren (1); J. Muller en H. Nasse (2), als ook Marciiand en Colberg (5) hebben gelegenheid gehad ze uit toevallig verwonde lymphevaten van den mensch te onderzoeken. In beide gevallen was de wond, die wegens de aanhoudende uitvloeijing der lymphe hardnekkig aan de genezing wederstand bood, op den rug van den voet. Door heenstrijken over de groote teen naar de wond toe kon men eene hoeveelheid, somtijds in den vorm van een straal, te voorschijn brengen. Nasse verzamelde in eenen dag 5 drachmen; Marchand en Colberg kregen in 12 uren l'/2 grammen. Bij kikvorschen en visschen is het gemakkelijk, grootere hoeveelheden, zeker niet zonder bijmenging van bloed, uit de wijde lymphevaten te verkrijgen; bij kikvorschen uit de dij, wanneer men de huid doorsnijdt en in eene zekere uitgebreidheid, met besparing der grootere bloedvaten, van de spieren losmaakt; bij visschen na de opening der oogholte van onderen (4). Brande (5) en ChevreUL (6) ontleenden de lymphe aan de borstbuis van dieren, die eenigen tijd lang gevast hadden.

Door uitzetting of beleediging der lymphevaten kan de lymphe zich ook tot grootere hoeveelheden in gezwellen verzamelen en voor het onderzoek op die wijze toegankelijk stellen (7). Yan den etter der zoogenaamde koude en congestive abscessen onderscheidt zich deze vloeistof door hare strembaarheid.

De lymphe uit de lymphevaten is dun vloeibaar, helder, doorschijnend, bleek geelachtig, of eenigzins naar het groenachtige zweemende. Haar specifiek gewigt bedraagt 1,057 (Marchand en

(1) Leeuwenhoek, Opera, III, 11; Mascagni, E'insaugende Gef. S. 40; Ueüss en Emmert in Scüerer's Jour». Bd. V, Heft 6, S. G91; A. Muller (praes. Gmelin) Diss. experimenta circachijlum sistens. Heidelb. 1819; I,eüret et LassAIGXE, Rech. phys. et chim. pour servir u l'hist de la digestion, Paris, 1825, p. 161; Vogel, Eiter und Eiterung, S. 8G.

(2) J. Muller, Phys. I, 25G; H. Nasse in tiedeimann u. Treviranüs ZeitscJirift, V, 18.

f3) Müller's Archiv, 18-38, S. 129.

(4) MUller's Phys. t. a. p. Arcliiv, 1840, S. 123.

(5) Phil. transact. 1812, T. 1, p. 90.

(6) Magendie, Précis elementaire de physiol. 2f; éd. II, 192.

(7) F. Nasse, Horn's Archiv, 1817, Heft I, S. 377; Friedreicü, t. i. p. 1819, Heft I, S. 3G3; Krimer, Physiol. des Blutes, I, 147.

Sluiten