Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootte; to gelijk komen er ook veel grootere voor, van 0,006 ' doormeting, en deze zijn glad, geelachtig, naar het roodachtige overhellende, voor een gedeelte elliptisch en eenigzins plat. De grootere ligchaampjes bestaan, zoo als zich door behandeling met azijnzuur laat waarnemen, uit eene schil en eene kern. De schil wordt bleek, doorschijnend en lost zich op; de nablijvende kern gelijkt aan de zoo even genoemde kleinere ronde ligchaampjes, maar is somtijds ook veel grooter, en wordt dan door het azijnzuur in twee tot drie der ronde ligchaampjes gescheiden (1).

Van de lympheligchaampjes der hoogere dieren en van den mensch zijn de meeste, vooral in de groote stammen der lymphevaten, eenigzins grooter, en zelfs tweemaal zoo groot als de later te beschrijven bloed ligchaampjes van hetzelfde dier (2); zij bezitten bij den mensch 0,002—0,00ü'" doormeting, zijn rond, gedeeltelijk glad (PI. IV, fig. 1, E,abcerj), deels korrelig (t. z. p. d), of van gladde omtrekken voorzien met eene korrelige oppervlakte (f). In allen worden, wanneer zij gedurende een korteren of langeren tijd in water hebben gelegen, kernen zigtbaar, die iets kleiner zijn dan bloedligchaampjes (0,0012—0,002") (5), eenvoudig, rondachtig, met eene centrale donkere vlek (c), of onvolkomen verdeeld (/;), of uit twee tot drie korreltjes zamengesteld. Aan de meeste dezer kernhoudende lymphe-ligchaampjes is naau-

(1) B. ItEINHARDT (in TlUUBE, Beitrlige sur experimentellen Pathol. u. Physiol. 184G, Heft It, 193) verklaart de kernen der Iymphe-ligchaampjes voor blaasjes. Gedestilleerd water doet van de ligchaampjes eerst het celvlies zwellen, eindelijk bersten en ineenvallen; de overblijvende, scherp omschrevene, meestal eenigzins korrelige kern zou daarna opzwellen, bleek worden, en eindelijk plotseling bersten met een vrij sterken ruk. liet ineengevallen vlies der kern zou nu eene kleine, zeer bleeke, dikwijls naauwelijks bij getemperd licht waarneembare massa vormen, die somtijds-door azijnzuur iels donkerder en duidelijker zou worden.

VjERT.

(2) Schlossberger (Roser u. WCNDERUCn's Arcflil', 184G, Ileft III, 391) beeft de ligchaampjes beschreven uit de lymphe, die een paard uit een gewond lymphevat van den voet verloor; de grootste waren steeds nog kleiner dan bloedligchaampjes (van bet paard? verg. Henle, Canstatt's Jahresb. 184G, I, 61) gekorreld, velen van eene kern voorzien; eenigen waren volmaakt rond, anderen meer elliptisch. ^ ERT'

(3) 0,0014—0.002' ' bij het konijn (VOGEL).

Sluiten