Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens effen, clan weder convex, zoodat beide in een stompen rand -zamenkomen ; niet zelden zijn de schijljes naar de vlakte gebogen, waardoor zij zich concaaf, napvormig uitgehold kunnen voordoen; zij zien er daarom , wanneer zij op den rand geplaatst zijn, als meer of minder fijne, regte of gebogene staaljes uit (Fig. I, A. b). De gekleurde bloedligchaampjes bezitten eene groote mate van elasticiteit, weekheid en buigzaamheid; doordrukking onder het mikroskoop (1) en bij het dringen door de bloedvaten van levende dieren ziet men ze zich verlengen, inbuigen, afplatten, en, wanneer de drukking ophoudt, hunnen vroegeren vorm weder aannemen. Zij zijn zwaarder dan het serum, zelfs zwaarder dan het plasma van het bloed, en zinken daarin des te ligter, naarmate zij grooter zijn, omdat in dezelfde mate de adhaesie door de zwaarte wordt overtroffen. Daarom zinken zij snel en volkomen in het bloed van kikvorschen, langzaam en slechts weinig in het geslagen bloed van zoogdieren en menschen. (2)

In het menschen- en katten-bloed zinken volgens J. Muller (3) de bloedligchaampjes binnen eenige uren 4—6 " onder het niveau der vloeistof; in schapen- en ossenbloed zinken zij in 12—24 uren slechts 1^"', zijn ook na verscheidene dagen nog hangende, en zinken niet geheel en al op den bodem. In zekere ziekten, bij vele dieren ook in gezonden toestand, zinken zij sneller, en het plasma stremt op de oppervlakte, zonder bloedbolletjes in te sluiten. Hierop

gemiddeld 1,70 mmrn. IIarting berekent, door de centrale depressie weg te denken en dc bloedligchaampjes als kleine cylinders Ie beschouwen, liet volumen van een bloedlichaampje op 76,3 kubiek mmin. Er zouden 13,114,000 bloedligchaampjes op een kubiek millimeter gaan. Indien men het specifieke gewigt der ligchaampjes met het water gelijk stelt, dan weegt een bloedlichaampje TiTrnnnr milligram. Stelt men het gchalle van het bloed aan ligchaampjes op ' 12 pCt. dan bevat een kilogram bloed 1,573,G80,000,000 ligchaampjes, en wanneer het menscbelijk ligchaam 10 kilogrammen bloed bezit, dan houdt bet niet minder dan 15 billioencn bloedligchaampjes in. Vert.]

(1) Ascderson, Müiler'S Arcliiv, 1837, S. 456, K. wigner, IIecker'S Annalen, 1834, S. 139.

(2) ScnailDT (Liebig's Annalen, 1847, Bd. 61, 156) heeft getracht het specifieke gewigt van verscheidene dierlijke stoffen te bepalen. Voor de bloedligchaampjes met hun gehalte aan ijzeroxyde en phosphomiren kalk vond hij het = 1,2507; zonder deze anorganische sloffen = 1,2090. VERT.

(3) Physiol. 1. 109.

Sluiten