Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berust de vorming der spekhuid. Op de oorzaak van dit verschijnsel zal ik later terugkomen.

In volkomen verschen toestand doen zich de gekleurde bloedligchaampjes meestal eenvoudig, homogeen voor; bij eenige is reeds terstond in het begin, bij andere wordt terstond na de uitvloeijing eene centrale, donkere plek ziglbaar, waarvan de beteekenis aan de fijne bloedligchaampjes van menschen en zoogdieren moeijelijk is te bepalen. Men heeft daarom omtrent dit punt eene oplossing gezocht in de groote bloedligchaampjes der lagere gewervelde dieren, en ook hier wil ik eerst opgeven, wat men met name bij kikvorschen en het geslacht Triton waarneemt, en daarna eerst verder onderzoeken, in hoeverre zich dezelfde omstandigheden bij den mensch laten aantoonen. De gekleurde bloedligchaampjes van den kikvorsch zijn eveneens plat, maar ovaal; zij bezitten eene langste doormeting van 0,012 ", eene kortste van 0,007 "; de bloedligchaampjes van den Triton cri status zijn 0,015o" lang, 0,0071 " breed en i/8—V,0 zoo dik als breed. In de bloedligchaampjes van deze dieren wordt na de uitvloeijing de centrale plek duidelijk; ook ziet men eene daarmede overeenstemmende welving aan de beide vlakten; maar ook hier is geen spoor daarvan zigtbaar, zoo lang het bloed nog levendig door de aderen rondloopt, waarvan men zich bij de beschouwing van den bloedsomloop in doorschijnende deelen overtuigen kan.

In de wei van het bloed en in andere eivvithoudende vloeistoffen behouden de bloedligchaampjes deze gedaante gedurende eenen langen tijd; zij schrompelen slechts ook in de wei na eenigen tijd iets ineen; men onderzoekt ze daarom het best uit geslagen bloed of uit versch bloed, dat men met bloedwei verdund heeft; ook van den bloedkoek van het gestremde bloed kan men gemakkelijk bloedligchaampjes afstrijken. Voegt men water bij de wei, dan worden de veranderingen grooter. Allengs zet het bloedligchaampje zich tot een gladden kogel uit, waarvan de doormeting kleiner is dan de langste doormeting van het ovale ligchaampje, maar grooter dan de kortere doormeting; liet wordt daarbij bleek, terwijl zich de vloeistof, die ter verdunning gebezigd is, met de kleurstof rood kleurt, en laat de centrale plek steeds duidelijker doorschijnen. Na langeren tijd, en vooral wanneer er steeds meer

Sluiten