Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolge een verschijnsel der endosmose. De omhulsels dei' bloedblaasjes gedragen zich even als andere organische vliezen; de meer zamengedrongene oplossing van binnen neemt, wanneer de middenstof, waarin zij drijven, verdund wordt, van buiten water op, en geeft daarvoor een gedeelte der stoffen, die zij bevatten, aan de buiten geplaatste middenstof af.

Even als het water, maar minder snel en hevig, werken ook zeer verdunde waterige oplossingen van eiwit en zouten van het bloed, b. v. speeksel, humor aqiteus, verdund wit van kippeneieren, verder verdunde minerale zuren; even zoo, maar veel sneller dan water, verandert verdund azijnzuur de bloedligchaampjes. liet zuringzuur zag Hünefeld (1) op dezelfde wijze als het azijnzuur werken; eveneens het phosphorzuur en melkzuur. Urine gedraagt zich als serum, en, wanneer zij zeer verdund is, als water (Hewson, Sciiultz).

Tamelijk sterk zamengedrongene oplossingen van keukenzout, koolzure potasch en ammonia, salmiak en suiker doen de bloedligchaampjes niet aan, of brengen slechts kleine veranderingen in hunnen vorm te weeg. Ook dit laat zich uit de wetten der endosmose verklaren.

Het laat zich a priori opmaken en wor.dt door de ondervinding bevestigd, dat zeer sterk zamengedrongene oplossingen der genoemde stollen water aan de bloedligchaampjes onttrekken en deze daardoor doen ineenschrompelen; zij worden zeer plat, buigen en rimpelen zich, eene verandering, die reeds in het bloed, dat aan zich zelf is overgelaten, door de verdamping der wei ontstaat (2).

Bij deze beweging nu lioopt zicli in elk bloedligchaampje (le zwaardere, gekleurde inlioud in liet voorsLe gedeelle, dat weder glad en gespannen wordt, op, terwijl liet achterste gedeelte van liet blaasje als een geplooid vliesje wordt nagesleept, even als of elk bloedligcliaampje van eenen staart voorzien was, en dit staartvormige gedeelte, dat niets anders is dan liet ledig gebleven gedeelte van liet blaasje, is volstrekt ongekleurd, wit, lialf doorschijnend. Komt liet blocdligchaampjc weder tot rust, dan verdeelt zich op nieuw de inhoud door het geheele blaasje.

Vert.

(1) Chemismus in der thier. Organisalion, S. 50.

(2) Uit de snellere verdamping laat zich verklaren, waarom IiRCNS de bloedligchaampjes in den zomer van eene andere gedaante vond dan in den winter. (Allg. Anat. S. <54).

Sluiten