Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lossingen doen ze gewoonlijk ineenvallen. Zoo trekken zich de bloedligchaampjes zamen in barnsteen- en wijnsteenzuur, in arsenigzuur, dat er in poedervorm bijgevoegd wrordt, in koolzure ammonia enz. zeker slechts door de meerdere digtheid van het omgevende medium. In azijnzure, salpeterzure, cyanzure en mierenzure ammonia, alsmede in keukenzout, vond IIünefeld de bloedligchaampjes wel is waar in de eerste uren niet veranderd, maar na langeren tijd tot op de kernen na opgelost. (Werden ook soms de ineengeschrompelde ligchaampjes voor kernen gehouden ?) Morphine, veratrine, strychnine oefenen geen invloed op de bloedligchaampjes uit, even zoo min het blaauwzuur, dat in dampen wordt aangewend; in de coniine verdwenen de bloedligchaampjes (1). In olie rimpelen zij zich (2).

De bijtende loogen lossen zoowel de schil, als de kern en den inhoud op; volgens Hewson en Scüultz zouden zich de blaasjes evenwel in potasch-hydraat niet oplossen, maar ineenschrompelen. Zamengedrongen zoutzuur lost blaasjes en kern tot eene dikgeleiachtige, roodachtige massa op (Sciiultz). Zuiver azijnzuur lost, zoo als J. Muller en Schultz opgeven en ik bevestigd heb gevonden, de schil op, maar doet de kern niet aan; deze doortrekt zich daarbij met de kleurstof der bloedblaasjes. Volgens IIünefeld (5) lost zamengedrongen azijnzuur bij eene temperatuur van SCT ook de kernen op (4). Hij houdt het hoofdbestanddeel der kernen voor

(1) IliiNEm», t. a. p. S. 56.

(2) AscHEnsori, Mülieb's Archiv, 1010, S. GO.

(3) t. a. p. S. 51.

(4) Donders [Hollandische Beitrfige, 181U, S. 5G) vond,dat de bloedligchaampjes, wanneer men liet Moed inet eene verzadigde polaschoplossing vermengt, donker geel worden; zij werden zelfs na verscheidene uren niet opgelost; voegde men er waler bij, dan zwollen zij op en werden kogelvormig; nog meer water maakte ze blceker, maar als daarbij azijnzuur werd gevoegd, schrompelden zij weder ineen en werden duidelijker; eindelijk werden zij werkelijk opgelost. Na eene voorafgegane langdurige inwerking van alcohol werden zij door polasch veel langzamer, maar op gelijke wijze veranderd. Eene verzadigde polaschoplossing is een heerlijk middel, om de ligchaampjes van gedroogd bloed weder zigtbaar en duidelijk herkenbaar te maken. Omtrent den invloed van azijnzuur merkt bij (t. a. p. p. GO) op, dat zich de bloedligchaampjes tlechls dan, als versch bloed met zamengedrongen azijnzuur in overmaat vermengd wordt, oplossen, terwijl deze

Sluiten