Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■veranderingen gewoonlijk als het gevolg van scheikundige veranderingen, die de haematine door de genoemde zelfstandigheden, met name door zuurstof en koolstof, ondergaat (1); eene scheikundige verandering kan inderdaad in eenige gevallen plaats grijpen, zoo als ook de waterige oplossing der kleurstof door zwavelloogen groen, door zwavelwaterstof eerst groen en daarna violet gekleurd wordt. Yoor de meer gewone oorzaak houde ik echter eene verandering in den aggregaattoestand der kleurende stof. Het loopt in het oog, dat dezelfde zelfstandigheden aan het bloed eene lichtroode kleur mededeelen, die de oplossing der kleurstof in de wei verhinderen, en den platten vorm der bloedligchaainpjes laten bestaan of wederom in het leven roepen, zoo als zouten en suiker in zamengedrongene oplossingen, terwijl daarentegen het bloed zich in zuiver water, dat de kleurstof oplost en de kogeltjes doet Opzwellen, donker kleurt. Hamburger (2) heeft zelfs waargenomen, dat zoutzure zouten in eene verdunde oplossing het bloed donker, in eene zamengedrongene oplossing licht kleuren , en dat citroenzuur, in verdundo en zamengedrongene waterige oplossing, de stremming van het bloed verhindert en hetzelve eene donkere kleur mededeelde, terwijl het daarentegen, in zeer weinig vochtig gemaakten toestand bij liet bloed gevoegd, ook wel de vezelstof opgelost hield , waar de donkere kleur in lichtrood veranderde. Ook door zuringzuur, zoowel in kristalvormigen als opgeloslen toestand, werd het bloed donkerder. Volgens de vroeger medegedeelde waarnemingen van Schultz, worden de bloedligchaampjes in zuurstof eveneens plat, en zwellen zij in koolzuur op. Met betrekking tot den aggregaatstoestand der kleurende zelfstandigheid zijn alzoo bloed, dat met zoutoplossing of zuurstof, en bloed, dat met water of koolzuur behandeld is, in de volgende twee punten van elkander onderscheiden: 1. dat in het eerstgenoemde hel plasma helder, de kleurende stof in afzonderlijke partikeltjes opgehangen is, terwijl in het laatste de kleurstof voor een gedeelte met het plasma verbonden en dien ten gevolge gelijkmatiger verdeeld is; 2. daardoor, dat de kleurende

(1) Molder (Bulletin de Keerlande, 1839, |>. 83) lioudl liet voor waarschijnlijk, dat de haematine in liet slagaderlijk Moed melaalaardig ijzer, in liet aderlijke koolslofijzer lievat.

(2) t. a p., p. 37.

Sluiten