Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oplosbaar. Door zamengedrongen azijnzuur wordt liet gestremde bloedrood in eene bruine gelei veranderd, die in water tot eene roodbruine, halfheldere vloeistof wordt opgelost; uit de azijnzure oplossing wordt het bloedrood door ammonia weder nedergeslagen; door bloedloogzout wordt het bruin nedergeslagen. Ook minerale zuren slaan het uit de azijnzure oplossing neder. In eene verdunde bijtende potasch-oplossing zwelt het bloedrood tot eene bruine, in laauw water oplosbare gelei op; wanneer het in overmaat van potasch opgelost en de oplossing door warmte zamengedrongen wordt, dan vertoont de vloeistof eene groene kleur, even als de gal. Uit de oplossingen in zuren en loogen wordt het bloodrood door looizuur nedergeslagen.

De asch der bloedligchaampjes bedraagt 1—1 ^ pCt. van het gedroogde bloedrood; zij is roestbruin, en reageert alkalisch. Berzelius verkreeg van 1,3 deelen asch:

koolzure soda en een spoor van phosphorzure . 0,3.

phosphorzure kalkaarde 0,1.

kalkaarde 0,2.

basisch phosphorzuur ijzeroxyde 0,1.

ijzeroxyde 0,K.

koolzuur en verlies 0,1.

Het ijzergehalte daarvan komt alleen op rekening der haematine (1).

De hoeveelheid der bloedligchaampjes, met betrekking tot de wei en het plasma, kan men bepalen door filtreren van het geslagen bloed, en ook door van het gewigt der placenta het bekende gewigt der vezelstof af te trekken. De bloedligchaampjes blijven grootendeels op het filtrum achter, wanneer men het bloed, zoo als is opgegeven, met eene oplossing van zwavelzure soda vermengt. Volgens i,e Canu (2) bedragen de bloedligchaampjes, op

hoeveel partikeltjes er noodig zijn, om zulk eene werking; voort te brengen, en 2. of de zuurstof de partikeltjes werkelijk witter en digter, en koolzuur ze gelatincus maakt. De gronden echter, die tegen de chemische verbinding der gassen met de bestanddeel en der haemaline-oplossing aangevoerd zijn, strijden ook legen deze chemische theorie. Vriil.

(1) E. IIariess (Müiler's Arcluv, 1837, S. 118) vond in het bloed van vele weekdieren, dat door koolzuur blaauw gekleurd werd, in de plaats van het ijzergehalte der hoogerc dieren, koper. Yert.

(2) litudes cltim, sur le srtiig Jittmciin. Paris, 1837,

Sluiten