Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wijze bepaald, ongeveer 12 pCt. van het bloed. Denis (1) geeft hunne hoeveelheid bij mannen als 11,05—18,6, gemiddeld 14,9, bij vrouwen als 7,14—16,71, gemiddeld 12,77 pCt. op. Personen van een sanguinisch temperament zullen meer bloedligchaampjes bezitten dan phlegmatische; in ontsteking, chlorose en na herhaalde aderlatingen vond Denis hun aantal verminderd; het vermindert volgens F. Simon (2) ook met den ouderdom; intusschen moet men opmerken , dat deze meening op niet meer dan drie analysen van zieke ligchamen gegrond is. Simon vond in 1000 deelen bloed: bij een kind van jaren 115, bij een meisje van 28 jaren 106, en bij een man van 55 jaren 77 deelen blocdligchaampjes.

Ook de tweede soort van kogeltjes in het bloed, de kleurlooze bloedligchaampjes of de gewoonlijk zoogenaamde lymphekogeltjes, beschrijf ik eerst, zoo als men ze bij de kruipende dieren, met name bij de kikvorscben vindt. Zij zijn kleiner dan de gekleurde ligchaainpjes, bij den kikvorsch 0,005"' in doormeting (R. Wagner) (3), maar nagenoeg tweemaal zoo groot ols de kernen der laatste, kogelig, hoewel niet volkomen cirkelrond, maar eenigzins platgedrukt, ook onregelmatig, kolfvormig, nu en dan ook tweemaal zoo lang als breed; zij bezitten eene ligt korrelige oppervlakte, soortgelijk als de grootere kogeltjes der lymphe, en even als deze veranderen zij in water niet of langzaam, en worden door azijnzuur in eene schil en kern ontleed; de laatste is nu eens eenvoudig, dan weder uit 2 of 5, zelden 4, geheel of nagenoeg geheel gescheidene ligchaainpjes zamengesteld. Ilunne hoeveelheid is veel geringer dan die der gekleurde bloedligchaampjes. Uit de tellingen, welke Will (4) met bloed uit de schenkelader en uit het hart van den kikvorsch heeft in het werk gesteld, is gebleken , dat de gekleurde ligchaainpjes gemiddeld ongeveer 5i maal talrijker zijn dan de ongekleurde; bij een kikvorsch, die meer dan 5 maanden honger had geleden, kwam op 16 gekleurde bloedligchaampjes slechts één ongekleurd voor. Nadat het bloed van een

(1) Recherches expérimentales sur le saiig humain. Paris, 1830.

(2) Med. Chemie, I, 325.

(3) 0,0032—0,0057"' 11. Lebert. VERT.

(4) K. Wagner, Beitriige. II, 22.

Sluiten