Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet bloed dikwerf stilstaat en zich eerst langzamerhand weder in beweging stelt, waren alle aderen vol ongekleurde kogeltjes. Een kwartier uurs lang kon het bloed stilstaan, zonder dat het veranderde; na eenen langeren tijd kleefden de bloedligchaampjes aan elkander, hechtten zich aan de wanden en wentelden zich daar naar toe ; daarbij namen zij terstond eene ronde gedaante aan en werden allengs van hunne roode kleur beroofd. Hoe het daarbij met de kern gesteld was, is niet ontdekt. Ik vermoed, dat zij eenvoudig zijn zal, en misschien laten zich juist aan de eenvoudige kern de bloedligchaampjes, die door slasis rond en bleek geworden zijn, van de lympheligchaampjes onderscheiden.

Met de kleurloooze bloedligchaampjes der kikvorschen komen die der overige lagere gewervelde dieren in het algemeen overeen. Bij de zoogdieren en den mensch vond ik eene zeer kleine hoeveelheid ronde, korrelige, bleeke kogeltjes in het bloed (PI. IV, fig. 1. E), iets grooter dan de gekleurde bloedligchaampjes (tot 0,00u"'), menigvuldiger in het serum dan tusschen de bloedligchaampjes van het cruor. Dikwijls liggen zij in kleine hoopjes bijeen. De kern is in eenigen reeds terstond duidelijk; in anderen wordt zij dit door water of azijnzuur. Zij is eenvoudig, of bestaat uit 2 of 5 korreltjes, waarvan de grootere in het midden ingedrukt zijn, waar zich eene donkerder plek vertoont. Overgangen tusschen eenvoudige en verdeelde kernen worden gevonden in de opgegevenc splijting der eenvoudige kernen. De kernen liggen meestal excentrisch; zij zijn in azijnzuur onoplosbaar; de schil wordt eerst glad, doorschijnend, en wordt daarna opgelost. In deze en alle andere opzigten komen de kleurlooze bloedligchaampjes met de voltooide lympheligchaampjes overeen. Van ineengeschrompelde gekleurde bloedligchaampjes zijn zij onderscheiden door de fijnheid der granulatie, door de grootte, en vooral door de kern.

Volgens eene waarneming van Asciierson schijnen deze ligchaampjes ook bij de zoogdieren langs de wanden der vaten te drijven. Hij zag in dc darmscheilvaten van eene muis afzonderlijke kogeltjes, die aan de wanden waren blijven hangen, maar grooter schenen dan de bloedligchaampjes (1).

(1) t. a. p. S. 435.

Sluiten