Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kent eindelijk le Canu de zamenstelling van het geheele bloed op de volgende wijze:

water 78,015 78,559

vezelstof 0,210 0,556

eiwitstof 6,509 6,942

bloedlichaampjes 15,500 11,965

kristalachtig vet 0,245 0,450

vloeibaar vet 0,151 0,227

alcohol-extract 0,179 0,192

water-extract 0,126 0,201

zouten met alkalische basis . . . 0,857 0,750

aardzouten en ijzerverzuursel . . 0,210 0,141

verlies 0,240 0,259

100,000 100,000 (1)

(1) A. Decoüep.el en A. Rooier (Co nipt. rend. 18 Nov. 1844) waren in (le gelegenheid om van 19 gezonde personen (11 mannen en 8 vrouwen) tusscïien de 21 en GG jaren, die zich allen in betrekkelijk gezonden toestand bevonden, het bloed te onderzoeken. Bij de 11 mannen kwamen zij tot de volgende zamensteiling van het bloed:

gemiddeld. grootste. kleinste,

digiheid van bet bloed zonder vezelstof 1060,2 1062 1058

digiheid der wei 1028 1030 1027

water 779 7G0 800

bloedligehaampjes 141,1 152 131

albumine 69.4 73 62

vezelstof 2,2 3,5 1,5

extraciiefstoffen en vrije zouten . . . 6,8 8,0 5

vetten 1.600 3,255 1,00

seroline 0,020 0,080 sporen

cerebrime 0,488 1,000 0,270

cholesterine 0,088 0,175 0,030

zeepen 1,004 2,000 0,700

Anorganische besianddeelen in 1000 deelen bloed:

ehloorsodium 3,1 4.2 2 3

oplosbare zouten 2,5 3,2 2 0

aardphosphalen 0,334 0,7 0,225

Ü*er 0.5G5 0,G33 0,508

Uit deze resultaten maken zij de volgende besluiten op: 1. de afwisselingen in de verhouding van de hoeveelheid der afzonderlijke stoffen in normaal bloed zijn

II- 13

Sluiten