Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij beide opgelost bevatten. De proeven van Magnus bewijzen, dat in het slagaderlijk bloed zich meer zuurstof in ver¬

bij den man, dat liet soortgelijk gewigt gemiddeld geringer is, dat liet bloed der vrouw minder vaste deelen en meer water, met name ecbter minder bloed ligchaampjes bevat, dan dat van den man. Ook bij de vrouw neemt bij gevorderden leeftijd de hoeveelheid eholesterine toe. Het gewigt van het ijzer staat, zoo als altijd, met de hoeveelheid hloedligehaampjes in eene juiste verhouding.

De menstruatie vertoont vooral haren invloed op de hoeveelheid der hloedligehaampjes. Vóór hare intrede vindt men ze meestal minder dan 127 voor 1000. Vangt zij niet goed aan, is zij onvolkomen of onregelmatig, dan blijft de hoeveelheid der kogeltjes onder de genoemde gemiddelde hoeveelheid; van hetoogenblik af aan, waarop zij zich normaal vertoont, klimt die verhouding en wisselt zij tusschen 127 en 137 af: ten tijde, dat de menstruatie ophoudt, daalt het getal hloedligehaampjes weder onder het gemiddelde van 127.

De invloed der zwangerschap maakt zich kenbaar voornamelijk door eene vermindering der bloedligchaampjes, vermindering der albumine, geringe stijging van het gehalte aan fibrine en phosphorhoudend vet, en vermeerdering van het gehalte aan water.

Van 9 zwangere vrouwen, tusschen de 20 en 41 jaren oud, van verschillende constitutie, tusschen de 4de en 7''e maand zwanger, die aan plethora leden, werden de volgende getallen verkregen:

gemiddeld. grootste. kleinste.

digtheid van het bloed 1051,5 1055,1 1046,2

digiheid der wei ....... 1025,i> 1026,8 1023,6

water 801,6

bloedligchaampjes 112,6 127,1 87,7

albumine 66.1 68,8 62,4

fibrine 3,5 4,o 2,5

extraetiefstolTen en zouten .... 6,6 8,7 4,7

cellen 1,*J22 2,519 1,158

anorganische hestanddeclen:

chloorsodium . . . 3;2 3,9 2,3

oplosbare zouten 2,4 2 8 1,8

aardphosphaten 0,425 " 0 690 0,282

ijzer 0,449 0,490 0.370

Ondanks deze armoede van het bloed aan vaste bcstanddeelen, waren er toch verschijnselen van plethora aanwezig, die na eene aderlating aanmerkelijk verbeterden.

IIeidenreich (Neue med. cliir. Zeitung, 1847, N°. 31) heeft de resultaten bekend gemaakt, welke hij verkregen heeft door het bloed langs electrische wegen te ontleden. Zimmerman (Heliek's Arcliiv, 1847, IV, S. 385) heeft proeven in het werk gesteld omtrent de quantitative verandering van het bloed bij zijne

15*

Sluiten