Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punten, even alsof er een of meer dojer-kogeltjes verdwenen waren of zich in eene doorschijnende zelfstandigheid veranderd hadden; de verandering ging steeds meer en meer voort, tot dat op den zesden dag na de voor de eerste maal zigtbare bloedbeweging bet grootste gedeelte van het kogeltje licht was en nog slechts weinige kleine korreltjes op zijne oppervlakte vertoonde. »Ik geloofde eenigen tijd,'" zegt BAUMGaRTNER, »dat de dojer-kogeltjes dooreen teeder vlies in een blaasje ingesleten waren ; het komt mij echter waarschijnlijker voor, dat zij zelve de grenzen van het kogeltje vormen , en allengs in de oppervlakkige zoo als het schijnt vastere en meer vliesachtige laag overgaan." Op den laatstgenoemden dag deden zich de kogeltjes, in massa, met het bloote ocg beschouwd, eenigzins roodachtig voor, nadat zij er eerst graauw en vervolgens geelachtig uitgezien hadden. Na dien tijd verdwenen de korreltjes volkomen ; daarentegen verscheen er allengs een ring in den omtrek van het kogeltje, die zeer doorschijnend was, het begin der schil. De kogeltjes rolden nu niet meer, en werden allengs plat en elliptisch. Volgens deze beschrijving ontstaat eerst de kern uit elementaire korreltjes, en vervolgens daarom beende cel. Zoo zag ijaumgartner het ook bij de hagedissen ; maar hier vertoonde de schil eveneens in den beginne verdeelingen in korrels, die vroeger verdwenen dan de korrels der kern.

De lichte plek, die zich op sommige plaatsen voordoet, werd ook door Sciiultz waargenomen; hij noemt ze eene Juclublaas, en meent op de lichte plaatsen te hebben opgemerkt, ebt een eigen vlies de geheele massa korrels omgeeft. Later liggen volgens Sciiultz de korrels slechts digt tegen den binnenwand der blaas, en het centrum doet zich ledig voor. Zij zijn eerst gelijkmatig over den geheelen binnenwand verspreid; vervolgens worden sommige kleiner ; er ontstaan ook aan den wand grootere, lichte plekken; allengs wordt een geheel halfrond vrij tot op enkele ligchaampjes, die dikwijls lineair of kringvormig gerangschikt zijn. De ligchaampjes zouden zich ook somtijds losmaken, binnen in rondwentelen, en zich op eene andere plaats weder vasthechten. Terwijl door het verdwijnen der korreltjes de lichte plaatsen aan den wand toenemen en hunne massa zich slechts als eene fijne laag van korrels hier en daar voordoet, onderscheiden zich enke-

Sluiten