Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een stelsel van kanalen kunstmatig doortrokken worden. Daaruit trekt de bodem vocht aan, en het gras groeit in de onmiddellijke nabijheid der bevochtigende kanalen het weligst; dikwijls ziet men in het midden van eene der mazen, die door zulke kanalen worden ingesloten, het gras verdord en droog. In het organisme is, zoo als men verwachten kon, het stelsel van voedende kanalen zoo aangelegd, dat ook het meest van allen verwijderde punt van elke tusschenruimte eene toereikende voeding verkrijgt. Maar ook hier is die groei het weligst in den omtrek der buizen, en zoo lang er eene vermeerdering der zelfstandigheid plaats heeft, vormt zich de nieuwe om of over de bloedvaten, en dringt de ïijpere naar buiten. Daarom groeijen de epidermis en epithelia van de vaatrijke matrix af aan; daarom vormen de beenderen nieuwere lagen om de mergkanalen , enz. Hieruit volgt gelijktijdig, dat de indeeling der weefsels in vaatlooze en vaalhoudende in een physiologisch opzigt, wanneer men daarmede een verschil in hunne voedingswijze wil aangeven, ontoereikend is, en dat het onderscheid slechts in de verspreiding der vaten en den toevoer van hetvoedmgsvocht berust. Is een zamenhangend, vaatrijk vlies met eene vaatlaag overdekt, dan kan midden in eene maze van het eerste een punt even zoo ver en zelfs verder van de voedingsbron verwijderd zijn, dan de bovenste laag van het vaatlooze vlies. En waar de laag van vaatloos weefsel dikker is, daar juist zien wij in de het naast daaronder gelegene vliezen een naauw vaatnet, dat veel meer leveren kan, dan de behoefte van het weefsel, waarin het zich verspreidt; een vaatnet, dat, volgens zijne physiologische beteekenis, blijkbaar meer tot de laag behoort, die wij, in een anatomisch oogpunt, vaatloos noemen.

Het duidelijkst komt deze verhouding bij de vaatvlechten aan het licht, waarover wij reeds bij de beschrijving van het bindweefsel in het voorbijgaan gesproken hebben, de plexus choroidei der hersenen en de proccssus ciliares in het oog. Plexus noemt men namelijk organen, welke bij den eersten oogopslag uit niets anders dan vaatvertakkingen schijnen te bestaan. Men ziet er een of meer slagaders ingaan, zich zoo menigvuldig mogelijk vertakken , tot dat zij eindelijk aan de oppervlakte een met zeer naauwe mazen voorzien haarvatennet vormen, waaruit het bloed zich in

Sluiten