Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 0,001)4'" döormeting zag ik reeds 5—4 overlangs ovale (1) kernen op eene gelijke hoogte naasl elkander in den omvang van het vat; vandaar al' aan begint nu de vorming van nieuwe lagen naar twee zijden toe. Naar binnen van het tot nu toe beschouwde primaire vlies treedt eene eenvoudige laag van celkernen te voorschijn, die door hare bleekheid en standvastig ronden vorm eigenaardig gekenmerkt zijn (fig. 8, d.); zij liggen digter bijeen dan de kernen van het primaire vaatvlies, hoewel nog door aanzienlijke lichte tusschenruimten gescheiden, even als de kernen der eenvoudigste epitheliën, waarnaar zij over het algemeen gelijken. Men make daaruit evenwel als mijne meening niet op, dat elke kern in eene afzonderlijke cel zou ingesloten zijn ; integendeel schijnt veeleer een zamenliangend dun vlies haar drager te wezen. Deze cellenlaag is het epithelium der vaten. Van b uiten zet zich om het primaire vlies eene laag af, die aan de vaten een zeer eigendommelijk, niet gemakkelijk te ontraadselen aanzien geeft. Duidelijk onderscheidt men namelijk aan vaten van 0007'" doormeting reeds den wand (fig. 8. /;. h) van de inwendige holte (o), en de doormeting van de eerste bedraagt ongeveer j—g van het lumen van het vat. De wand, dien men als in overlangschedoorsnede ziet, bezit naar binnen eenen gladden omtrek ; de buitenste omtrekken zijn gewoonlijk zeer fijn gerimpeld , en het blijkt, dat de uitpuilingen veroorzaakt worden door kleine, zeer donkere ügchaampjes {fig. 5. rj g), die in de dikte van den wand schijnen te liggen ; zij zijn regt of naar het lumen van het vat toe halvemaanvormig gebogen, en iels langer dan breed, gemiddeld van 0,0018"' lengte tot 0,0012"' breedte. Deze ligchaampjcs zijn echter slechts de schijnbare loodregte doorsneden van groote (fig. 8, ce), die in de buitenste laag van den vaatwand ingesloten zijn, meestal dwars ovaal oin liet vat heen loopen en aan de vaten van het zoo even beschreven kaliber zelden minder dan den halven omvang van het vat en zelfs meer innemen. Zij bezitten eenige

(1) Ik zal kortheidshalve overlangs ovaal de kernen noemen, vier langste doormeting evenwijdig is aan de lengte-as van liet val; dw ars ovaal die, wier Jangsle doormeting de Icngle-as regtlioekig snijdt.

Sluiten