Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomst met de overlangs ovale kernen van liet primaire vaatvlies, en zijn, even als deze, zoo lang zij nog eenc zekere breedte bezitten, van kernligcliaampjes voorzien (fig. 7. B. /ƒ".), die lateiverdwijnen. De langere en smalle dwars-ovale keinen zijn ook donkerder, korreliger, dikwijls aan beide uiteinden toegespitst, ol in korte, spitse verlengsels uitgetrokken. Zoodra de buitenste laag met de dwars-ovale kernen te voorschijn komt, doen zich ook op het primaire vlies, in plaats van de oorspronkelijke celkernen en zeker door metamorphose, deze ligchaampjes voor, welke in alle opzigten naar die der buitenste laag gelijken, maar wier langste doormeting steeds in de lengte-as van het vat blijft. Daaibij komen zij digter bij elkander, en sommige krommen zich halvemaanvormig (PI. III, fig. 9, d). Vaten met de dwars- en overlangs ovale ligchaampjes vertoonen bij eene matige vergrooting eene buitenste laag van dwarsstrepen, zoodat zij uit twee vezellagen, eene kringvormige en eene overlangsche, zamengesleld schijnen. Bij eene meer naauwkeurigj beschouwing en liet gebruik van sterkere linzen (men behoeft ten minste eene vergrooting van 500 malen) laat zich intusschen de ware grond van deze strepen herkennen.

Van nu af aan wordt het maaksel meer zamengesleld ; aan buizen , die nog zonder bereiding tot mikroskopisch onderzoek gebezigd kunnen worden, van 0,01—0,20 doormeting, vertoont liet zich niet ligt duidelijk, wanneer men de vaatwanden door middel van azijnzuur niet doorschijnend gemaakt heeft. Somtijds is liet noodig de lagen ook in een zoo veel mogelijk geïsoleerden toestand, en in hunne elementen ontleed, uit kleinere en grootere vaten te vergelijken. In liet volgende zijn alle feiten bijeen verzameld, die langs deze verschillende methoden zijn gevonden. Ik ga daarbij liet onderscheid tusschen slagaders en aders voorbij, en zwijg van de niet geringe verschillen, die in de verhouding van hetzelfde vat in verschillende individuen en van vaten van gelijk kaliber in hetzelfde individu voorkomen, en wil als liet ware het ideaal van een bloedvat voor oogen stellen, met de opmerking nogtans, dat zulke idealen allezins in de werkelijkheid gevonden worden. De dikste vaten zijn echter juist niet de volmaaktste.

Aan de volmaaktste vaten moet men zes verschillende vliezen of

Sluiten