Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rokken onderscheiden, waarvan de meeste weder door opcenhoopinjj meer ol minder dikke lagen kunnen vormen.

liet eerste of binnenste vlies is het plaveisel-epithelium, waaro\er reeds sprake was; aan de fijnste vaten doet het zich voor, als een eenvoudig, korrelig vlies, waarin de celkernen slechts in eene zekere orde zijn afgezet. Dikwerf bezit het volmaakt denzelfden bouw, als het epithelium van sereuze vliezen; in andere getallen zijn de kernen ovaal, de cellen hoogst bleek en zoo plat, dat

zij, op haren kant staande, zich slechts als dunne, in het midden

de plaats, waar de kern ligt, — eenigzins opgezwollene draden voordoen (PI. I, lig. 2). Op den rand van een stuk toegevouwen en zainengedrukt vaatvlies is het epithelium bij eene sterke vergrooting naauwelijks als eene bijzondere laag te onderscheiden; het best neemt men het waar op den vrijen rand van uitgesnedene aderlijke klapvliezen (11, I, fig. 5). Aan een klapvlies van de vena sapliena bedroeg zijne dikte 0,001 Si'". De vorm der afzonderlijke plaatjes ol cellen is tamelijk regelmatig elliptisch of verschoven rhombisch; wanneer zij groeijen, dan verlengen zij zich hoofdzakelijk in ééne rigting, in de lengteas van het vat; afzonderlijk gezien, vormen zij dan platte vezels (PI. I, fig. 2, a), die zich op de plaats der kern breed en naar de beide uiteinden toe smal en toegespitst voordoen, omdat hunne uiteinden zich gaarne zoo nederleggen, dat zij een der smalle kanten naar boven keeren. Dit epithelium kan ontbreken, of liever, na resorptie der kernen , in de volgende laag veranderd worden.

De tweede laag vormt een vlies van een eigen dom mei ijk maaksel; ik zal haar het gestreepte of gevensterde vaatvlies noemen. Het is een hoogst fijn, waterhelder, tamelijk stijf en brokkelig vlies, hetwelk dit karakteristieke bezit, dat het, in grootere lappen afgescheiden, zich van boven en onderen oprolt (PI. III, fig. li). Meer nog is het eigenaardig gekenmerkt door fijne en digt" opeen gediongene stiepen, die, over het geheel genomen, overlangs en slechts zelden, en als er verscheidene lagen Tan dit vlies voorkomen dwars loopen, zich menigvuldig vertakken en door middel der takken, die onder scherpe hoeken uitloopen, onder elkander anastomoseren. De strepen zijn nu en dan hoogst bleek en niet dan

Sluiten