Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wikkelingsgang Tan het klingswijs vezelvlies klaarblijkelijk kenbaar. In de aanvankelijk gelijkaardige laag ontstaan celkernen; deze worden langer en fijner, en kunnen opgeslorpt worden, zoodat aanvankelijk nog enkele puntjes overblijven. Elke kern eigent zich in eenen zekeren zin het haar het naast omgevende gedeelte van de homogene laag toe, zoodat dfize in afzonderlijke, aan de kernen beantwoordende plaatjes verdeeld wordt. Gewoonlijk echter blijft de scheiding der in denzelfden kringswijzen boog in overlangsche rijen aan elkander verbondene plaatjes achterwege, of er begint weder eene ineensmelting; want gewoonlijk verkrijgt men, bij de ontleding van het kringswijs vezelvlies, langere, aan elkander evenwijdige, regte vezels, die slechts zelden hier en daar ingesnoerd, als uit afzonderlijke stukken gevormd schijnen. Volgens Purklnje en Rauschel (1) kan men ze dikwerf als spiraalvormig loopende banden aftrekken, wanneer men eene grootere slagader in houtazijn geweekt , daarna gedroogd en in water weder week gemaakt heeft. Die der aorta ontstaan aan het hart uit eene peesachtige zelfstandigheid, welke zich in de gedaante van drie, naar het hart convexe bogen, tusschen het hart en het begin der aorta, bevindt. Zij gaan deels als dwarsvezelen tusschen de concaviteiten der bogen, deels ontwikkelden zij zich als overlangsche vezels van pezige knobbeltjes, die aan de drie vereenigingspunten der bogen liggen, gaan evenwel terstond als palmbladen uit elkander, overkruisen elkander, en gaan zoo in eene dwarse rigting over. (2) De beschrevene vezels bezitten eenige elasticiteit, scheuren echter bij eene eenigzins sterkere uitrekking , en zien er dan aan de uiteinden der breuk als afgesneden uit.

Bij deze vezels, die men te regt als de eigendommelijke vezels van het middelste slagadervlies beschouwen kan , behoort eene gaffelvormige verdeeling tot de zeer zeldzame uitzonderingen, maar komt desniettemin toch buiten twijfel voor. In het stelsel der strepen daarentegen, die uit de dwrars ovale kernen zelve ontstaan zijn, grijpt niet alleen eene verbinding in de lengte plaats, maar zij stellen zich ook door dwarse en schuins loopende takken met elkan-

(1) IliicscUEL, Art. et ven. struct. p. 14, • (2) t. i. p., p. 9.

Sluiten