Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zamentrekking der spieren de vaten ligt gedrukt worden, zoo als aan de extremiteiten. In kleinere vaten staan zij afzonderlijk, in dikkere meestal gepaard tegen elkander over ; zelden zijn er drie of ineer. liet epitlielium der vaten zet zich over de oppervlakte der klapvliezen voort, en wordt aan hunnen vrijen rand gemakkelijk als eene lichte, van de eigenaardig gekenmerkte kernen voorziene laag waargenomen. Aan de grootere klapvliezen liggen onder het epitlielium lagen van vezels als die uit het gestreepte vlies der vaten ; voor het overige bestaan de klapvliezen slechts uit bindweefsel, en wel uit een bindweefsel, hetwelk met dat der fibreuze vliezen de volmaaktste overeenkomst vertoont. Het zijn bundels met zeer fijne interstitiële kernvezels, of de rudimentaire, met elkander in rijen vereenigdc kernen daarvan. De meeste loopen evenwijdig aan den rand, en, naarmate van de dikte der klapvliezen, in een of meerdere lagen; aan de grootere klapvliezen komen ook vezel lagen voor, die de dwarsloopende overkruisen. Hier is de middelste laag van het bindweefsel losser dan de oppervlakkige, bevat ook wel vet (1), en men kan dien ten gevolge de klapvliezen in twee bladen ontleden. Dat zij echter duplicaturen van het binnenste vlies zouden zijn, is eene even zoo onjuiste voorstelling, als die, dat, van alle vaatrokken, in de haarvaten slechts de binnenste zou overblijven.

De ruimten in de mazen der corpora cavernosa, die, volgens de boven gegevene beschrijving, niets anders dan de luminti der aders zijn, zijn met plaveisel-epithelium bekleed ; dit overtrekt derhalve van buiten ook de balken, welke die ruimten doorsnijden; daarop volgt te gelijk, als buitenste vlies der aders en als tunica adventitia der slagaders, die door die balken loopen, een overlangsvezelig bindweefsel met kernvezels, dat door zijne dikte aan het elastische weefsel nadert, verder naar binnen het karakteristieke kringswijs vezelvlies der slagaders in eene meer of minder dikke laag en aan de binnenzijde daarvan het overlangsche vezelvlies.

Het weefsel, dat aan de vorming der wanden van het hart het meest wezenlijke aandeel heeft, zal in de volgende afdeeling worden behandeld. Behalve de spierlaag bezit het hart een bui-

(1) Vaiektjn, Repert. 1337. S. 2<Ï3.

II.

18

Sluiten