Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vaten schijnen in gezonden toestand niet en zelfs bij ontsteking slechts zeer weinig gevoelig te zijn, en dien ten gevolge geen of slechts weinig sensibile zenuwvezelen te bevatten; daarentegen is het buiten twijfel, dat zij door het sympathische zenuwstelsel met takken voorzien worden, waardoor waarschijnlijk haar tonus mogelijk wordt gemaakt. Het is bekend, en men kan er zich gemakkelijk van overtuigen, dat de takken van deze zenuw de slagaderen omgeven, en, hoofdzakelijk hare vertakking volgende, daarmede in de klieren en zoogenaamde afscheidende vliezen komen, ook in eenige takken van het ruggemergs-zenuwstelsel worden opgenomen, waarmede zij zich verder periphei'isch verspreiden. Van het hart weet men ook, dat takken van den sympalbtcus in zijne zelfstandigheid voorkomen. Moeijelijk is het uit te vorschen, of de laatste takken der zenuwen, welke de vaten omgeven, aan de vaatwanden zelve toebebooren. Dit wordt waarschijnlijk, wanneer de zenuwen zich op groote afstanden over de vaten verspreiden en daarop fijner worden, vooral wanneer de vaten naar organen gaan, die wij weten dat door ruggemergs-zenuwen overigens voldoende verzorgd zijn, en waaraan zij noch spierbeweging, noch gevoel schijnen mede te deelen. In dit opzigt moeten wij hier alzoo melding maken van de waarnemingen van Wrisberg (1), die van den N. Irigeminus en facialis takken naar de slagaders van het voorhoofd en het aangezigt en zelfs takjes van den N. Vidianus niet voedende takken der art. Vidiana in het wiggebeen zag gaan; verder die van Ribes (2), die zenuwen langs de carolis tot in de zelfstandigheid der hersenen, takken van den plexus brachialistot aan het onderste gedeelte der art. brachialis en hare takken, takken van het lendengedeelte van het zenuwknoopstelsel langs de art. cruralis tot aan de art. poplilea vervolgde. Rudolpiii (5) bereidde zenuwtakken op de carolis en art. vertebralis, die zich in het vat schenen te verliezen. Lugae (4) beschrijft zelfs de takken, welke uit de vaatzenuwen der art. brachialis in het middelste vlies indringen en zich daarop straalvormig zouden verspreiden, eene waar-

(t) Commentat. I, 3G8.

(2) Meckel's Archiv, 1819, S. 442.

(3) Berl. AcnJ. 1814—1815, S. 171.

(4) Reil's Archiv, IX, 551.

Sluiten