Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling, Hunter (1), Fowler , (2), Parry (5), Tiedemann (4) en Hastings (8) na ontblooting der slagaders onlstaan. Zeer dikwijls nam men de zamentrekking der slagaders bij kikvorschen waar op prikkels, die niet onmiddellijk het vat, maar de huid aandeden. Thomson (6) en IIastings (7) bragten zamentrekkingen der grootere slagaders in het zwemvlies van den kikvorsch te weeg door het bevochtigen der huid niet spiritus salis ammoniaci, terpentijnolie, spaansche vliegen; Thomson ook, door de slagader eenigen tijd lang, maar zeer zacht, met de punt eener naald te prikkelen (S. 150), Wedemeyer (8) door het opleggen van keukenzout op het ontbloote mesenterium, ScuWANN>or aanwending van koude. Thomson kon door spiritus salis am.no,rioci het zelfde vat in een uur 8—9 maal tot zamentrekking opwekken. Schwann heeft de contractie gemeten. Toen hij bij eene hooge temperatuur der atmospheer op het onder het mikroskoop uitgespreide mesenterium van eene pad eenige droppels verscli, koel bronwater bragt, merkte hij op, dat de doormeting der slagader, die aanvankelijk 0,0724'" bedroeg, binnen 10—18 minuten allengs tot op 0,0276"' was zamengetrokken , en daarna eveneens allengs weder wijder werd, terwijl de slagader na een half uur ongeveer zijne vroegere breedte weder terugkreeg. Boor herhaald opdroppelen van koud water liet zich hetzelfde verschijnsel meermalen achtereen in het leven roepen. Zulke vernaauwingen der slagaders kunnen noch uit de verminderde hoeveelheid bloed , noch uit de verminderde werkzaamheid van het hart verklaard worden ; in beide gevallen moest de doormeting der vaten in gelijke verhouding in het geheele stelsel kleiner worden. In de genoemde proeven echter beperkte zich de contractie dikwijls tot eene enkele plaats van het blootgelegde vat; IIastings zag zelfs, dat een vat, hetwelk

(1) Blut. Entzündung, I, 234.

(2) Disp. inaug. de inflammatione, Z. iiastings, t. a. p. S. 21.

(4) Oppenheim, Experiment* circa vitam arteriarum. Mannh. 1822. Exp.

1, 9, 12.

(5) t. a. p. S. 29.

(6) Entzündung, I, 127.

(7) t. a. p. S. 59, 65.

(8) Kreislauf. S. 240.

Sluiten