Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele gevallen, ja men kan zeggen gewoonlijk , de opwekkingstoestand der vaten en die van het animale zenuwstelsel elkander juist tegenoveigesleid zijn, zoodat met name op de zoogenaamde ontstekingsprikkels, op mechanische en chemische irritatie der gevoelzenuwen de sympathie der vaten zich niet door zamentrekking, maar dooi expansie kenbaar maakt, ten gevolge waarvan congestie of vermeerderde afscheiding plaats heeft. Men zou kunnen aannemen: 1. dat eene zamentrekking in de kleinste aders het bloed in het haarvatenstelsel terughoudt; dit wordt echter tegengesproken door de reglstreeksche waarneming aan doorschijnende geprikkelde •vliezen; of 2. dat er wel zamentrekking volgt, maar die na zeer korten tijd in verlamming overgaat; maar de vermeerderde toevloed grijpt oogenblikkelijk plaats; ol 5. dat de verlamming, zoo als in andere zenuwen, door eene meer hevige prikkeling terstond in het leven wordt geroepen; maar de congestie stelt zich reeds op de allerligtste prikkeling der gevoelszenuwen in, zoo als b. v. tranenvloed in het oog op eene bloote aanraking; of eindelijk 4. dat de zenuwen der vaten tot de animale zenuwen en vooral tot de centripetale in eene antagonistische verhouding staan, zoodat, in de zelfde mate, waarin de eenen opgewekt worden, de opwekking der anderen vermindert. Deze laatsie theorie, waartegen voor het oogenblik de minste bedenkingen kunnen worden ingebragt, heb ik op eene andere plaats verder uitgewerkt, waarnaar ik hier verwijze (1). Hoe echter ook de zamenhang zij, zoo moet men vaststellen, dat de grond voor congestie en hare gevolgen in atonie der vaten en der vaatzenuwen gelegen is; zij kan reglstreeks, te gelijk met atonie der animale zenuwen voorkomen — dit is de zoogenaamde passive congestie — of indirect en met verhoogde werkzaamheid der animale zenuwen (pijn , verhoogde warmte enz.) — dat is active congestie. "Van deze beide soorten der congestie, die ik de capillaire zou willen noemen, is te onderscheiden 5. de aderlijke, waarbij door bemoeijel ijkten terugvoer van het bloed in de grootere aders de kleine vaten secundair, in zekeren zin mechanisch uitgezet worden, en eindelijk 4. de sereuze congestie, die van eene ziekelijke ge-

(1) Patholoij. U?ilers. S. 142.

Sluiten