Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, allengs in een eerst nog streepachtig, vervolgens gelijkvormig vlies overgaan, terwijl intusschen de celkernen verdwijnen. In verschillende lagen scheen echter de gang der ontwikkeling te verschillen, daar bij het afschaven zich nu eens kleine cellen, dan weder lange, platte banden, eindelijk ook in vezels verlengde

cellen voordeden.

Men kan de gapingen in de geschiedenis van de vorming der •vaten door het onderzoek bij volwassenen aanvullen, daar hun ontwikkelingsproces zich in zijne afzonderlijke tijdperken in zekeren zin op eene breedere schaal bij den allengs plaats grijpenden overgang der takken in de stammen kenbaar maakt, liet overlangsen het kringswijs-vezelvlies doen zich dien ten gevolge eerst, zoo als vroeger werd aangetoond, in de gedaante van waterheldere lagen •voor; daarin ontstaan celkernen, die zich in de eene of andere rigling verlengen, aan elkander raken en zich vertakken. Gelijktijdig wordt de homogene grondlaag iu platte vezels verdeeld, die op de eene vlakle de kernen of de daaruit gevormde donkere vezels dragen. In de binnenste laag van het overlangs-vezelvlies der aders kan de grondlaag geheel worden opgeslorpt; in de buitenste lagen der aders verandert zij zich in bindweefsel, en de ke>nvezels blijven zwak; in het kringswijs-vezelvlies verkrijgen de laatste de belangrijkste dikte en worden zelfstandiger.

liet gestreepte vlies schijnt uit het epilhelium te ontstaan, daar het deszelfs plaats vervangen kan en zijne verschillende ontwikkelingstiappen elkander van binnen, dat is van het lumen van het vat, naar buiten opvolgen. Tegen den regel zouden alsdan hier de nieuwe lagen aan de vrije oppervlakte ontslaan, hetgeen echter daaruit verklaard kan worden, dat juist de vrije oppervlakte met de voedende vloeistof, het bloed, in onmiddellijke aanraking is. Of de structuurlooze lamelle, die men na resorptie der kernen vindt, uit ineengesmoltene kernen gevormd is, dan of eene scheiding der gelijkvormige massa in cellen in het geheel niet heeft plaats gehad, moet ik onbeslist laten, maar ik boude uit analogie bet laatste voor waarschijnlijker. Den waarschijnlijk verderen gang der ontwikkeling heb ik reeds boven opgegeven en ook opgemerkt, dat, bij wijze van uitzondering, uit de binnenste laag in de plaats

Sluiten