Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des Thunfisches, Berl. 1836. Barth , De relibus mirabilibus, Berol. 1857 (Aiopias); Bathke, Müller's Archiv, 1858, S. 415 (zwemblaas); W. Jones, Lonil. meel. gaz., 1858, Jan, (choroideaalklier); J. Muller, Arcliiv, 1840, S. 119, 1841, S. 265 (1).

De vlechten der groote slagaders en aders bereiken bij de dieren eene merkwaardige ontwikkeling. Hiertoe behooren de netten der tusschenribbige slagaderen en der venae iliacae bij de cvtacea en zeehonden. Bresciiet, IIist._anat. et physiol. d'un organe de nature vasculaire découvert dans les celacds, Pdris, 1856, Ba er, N.A. nat. cur.'os., XVII, P. 1, p. 39o; Burow, Müller's Arcliiv, ]858, S. 250.

Bij lagere gewervelde dieren zijn vaten met werkelijk musculeuze wanden menigvuldiger. Het begin der aorta is bij salamanders en visschen, de aders van den onderbuik zijn bij kikvorschen musculeus, zoodat zij, uitgesneden, zich nog rhythmisch zamentrekken. Wedemeyer, Meckel's Archiv 1828, S. 547 (2).

(1) J. L. C. ScnnOEDER van der Kolk en W. Vrolik (in de Bijdragen voor Dierkunde, uitgegeven door liet Zoologisch genootschap le Amsterdam, 1848) hebben eene zeer belangrijke soort van fijne wondernetten beschreven, die bij zoogdieren en vogels eenige aders omgeven. Vert.

(2) [Afbeeldingen der haarvaten werden gedurende de laatste jaren nog door verschillende schrijvers geleverd. A. F. Güntder (Lehrb. der allg. Aiiat. 1845, Taf. III, fig. 16) gaf eene afbeelding van de met kernen bezette haarvaten van het netvlies. Hij leverde bovendien (t. a. p. S. 485), na metingen aan LieberKuii-N'sche praeparaten, eenige opgaven omtrent de gemiddelde wijdte der haarvaten in verschillende organen. Zij bedroeg in de cellen van den dikken darm 0,005"', in de cutis 0,0037'", in het trommelvlies 0,0035'", in de huid van de toppen der vingers 0,002"' (? Henie, Jahresb. 1840. S. 70), in de longen 0.005"' (? IIenle), in de vlokken van den dunnen darm 0,0035"',in het slijmvlies der maat? 0,004—0.005'", in de spieren 0,0024"', in het ScnxEiDER'sche vlies 0,005"', in de grijze hersenstof 0,003"'. In het versche netvlies maten de haarvaten 0,0026'". Verder vinden wij goedgeteekende afbeeldingen der haarvaten met de bloedligchaampjes van den kikvorsch, bij A. AV. HaSSAI (The microsc, analomy etc. 1846, Pl. V, VI); II. C. B. ISesdt (Uandbog etc. 1846, S. 282, Taf. IV) nevens eene zorgvuldige, door eigene waarnemingen vermeerderde zamenstelling van de mazen der haarvaten aan verschillende ligchaamsdeelen in fig. 22 eene afbeelding van haarvaten eener darmvlok; bij Sïiarpet (Dr. Qüain's

Sluiten