Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de leer van liet maaksel tier vaten heerscht, zoo jong als zij is, ecncgroote verwarring. Ik spreek niet van de verschillende meeningen omtrent liet aantal hunner vliezen, waarvan men er naar welgevallen, zonder acht te slaan op hun anatomisch verschil, van 1—7 en meer heeft aangenomen, doordien men nu eens te veel, dan wederte weinig scheidde, en vooral dikwijls het kringswijsvczelvlies, waar het dikker is. in onderscheidene lagen willekeurig ontleed heelt. Ik wil hier alleen melding maken van de waarnemingen omtrent het fijnere maaksel der afzonderlijke vliezen. Daarvan is het kringswijs vezelvlies der slagaders het meest onderzocht, en zijne elementen zijn als eigenlijke vaatvezels beschreven, maar gewoonlijk ook met de vezels van het elastische vlies verwisseld. Hodgkin en Lisier (Philos. Magaz. 1827, Froriep's Notizeii. XVIII, 243) zagen lange, regte, zeer teedere en gelijkvormige vezels, Scbultze {Allg. Anal. 1823, S. 12G) beschrijft ze als rondachtige, korte, zeer fijne, elastische en hroze vezels, die, onder scherpe hoeken met de naastbij zijnde verbonden, platle, handvormige bundels vormen, die het binnenste vlies der bloedvaten, deels ringvormig, deels in eene overlangscbe rigting loopende, omgeven en met zeer veel digt slijmweefsel verbonden zijn. De grootere slagaders zouden met vezels voorzien zijn, die meer met de peesvezels zouden overeenkomen, maar daarvan toch wezenlijk zijn onderscheiden door hunne ondoorschijnendheid, kortheid en netswijze verbinding tot bundels, alsmede door hunne scheikundige eigenschappen. I.adtd {l'histilut, 1834 , N°. 57), alsmede Schwann en Ecienbehg (Scdwann in de Encyclop., Eclenberg , De tela elastica, 183G) hebben van het overlangs-en kringswijs-vezel vlies slechts de donkere kernvezels gezien en ze voor elastische verklaart, omdat ze door hunne vertakkingen naar de elastische gelijken, omdat het weefsel van het vaatvlies in kleur en chemische zamenstelling met het elastische overeenkomt, het meest echter wel daardoor verleid, dat eigenlijk elastische vezels uit het elastische vaatvlies dikwijls te gelijk met die van het middelste vlies gezien zijn en de verschillende lagen niet zorgvuldig genoeg gescheiden werden. Om zijne physiologisehe eigenschappen onderscheidt Sohwann het weefsel van hel slagadervlies als contractiel elastisch weefsel. De overlangscbe vezels der slagaders overltruissen elkander, volgens I.aoth, onder scherpe hoeken; zij zijn somtijds dichotomisch. De transversale vezels snijden elkander onder minder scherpe hoeken , de eene zijn regt, de andere iets gebogen; cenige zijn cvlindrisch en glad, andere gelijken aan de overlangscbe vezels, nog andere eindelijk schenen uit eene rij van kogeltjes zamengesteld. Dit alles past volkomen op de kernvezels van bet overlangs- en kringswijs-vezelvlies. Scdwann (S. 216) beschrijft de vezels van het elastische vlies der slagaders en aders naauwkeurig en juist, maar houdt ze voor de elementen der tunica aiventilia. Deze vezels zullen ook naar die van het middelste

medegedeeld. Jnlusschen verwekt, volgens IIekle, de bestendige vermenging van waarneming en redenering, de manier om anatomisch maaksel naar de pathologische verhouding op te maken, in plaats van omgekeerd het eerste tot verklaring der laatste te bezigen, geen gunstig vermoeden omtrent de soliditeit der waarneming. Vert.

Sluiten