Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

injectie moet niet te lang na den dood plaats hebben: bij volwassenen binnen G—8 uren; bij kinderen zou zij echter nog 48 uren na den dood gelukken (1). Mascagni wendde daartoe een mengsel van laauw water en inkt aan en maakte daarmede zeer fijne netten in de pleura, het peritoneum enz. zigtbaar. Lautii (2) heeft van dit middel eveneens met goed gevolg gebruik gemaakt. Anderen, b. v. Cruikshank en ook mij, gelukten deze proeven in het geheel niet, en men moet omtrent Mascagni's opgaven wantrouwend worden, daar de kleurstof van den inkt, zoo als bekend is, niet opgelost, maar slechts in fijne vaste deeltjes verdeeld is, die even zoo min als vermiljoenkorreltjes in geslotene vaten kunnen indringen. Misschien is ook bij deze inspuitingen eene drukking noodig' geweest, die de vaten deed scheuren. Ilij, die de inspuiting der lymphevaten volgens Mascagni's methode wilde in het werk stellen, zou zich in elk geval van eene opgeloste kleurstof moeten bedienen. Of intusschen dit middel tot het doel leidt, is ook nog een punt van kwestie, daar vele stollen door de lymphevaten niet schijnen te worden opgenomen, en vooral daarom, dat, zoo als ik tot mijn spijt heb ondervonden, de geheele oppervlakte van een sereus vlies zich met de kleurstof doortrekt, zoodat afzonderlijke vaten niet meer kunnen worden onderscheiden. Ik meende de wortels der lymphevaten in het peritoneum daardoor zigtbaar te kunnen maken, dat ik eene oplossing van bloedloogzout in laauw water in de onderbuiksholte van een levend dier spoot, dit aldaar eenige minuten liet vertoeven, vervolgens de wanden zorgvuldig afwiesch en daarna eene oplossing van zwavelzuurijzer inspoot, dat eveneens eenige minuten werd teruggehouden. De geheele holte van het peritoneum kleurde zich gelijkmatig blaauw, met een nederslag, dat zich niet liet afwasschen.

Het is dien ten gevolge tot nog toe slechts waarschijnlijk, dat de wortels der lymphevaten op alle vliezen netten vormen, zoo als zij op het slijmvlies van het darmkanaal zouden doen, wanneer er geene vlokken waren, en zoo als zij inderdaad op het vlokkenlooze slijmvlies van het darmkanaal bij lagere gewervelde dieren doen.

(1) F as. lymphut. kist. p. 14, 22.

(2) Essai. p. GO.

21*

Sluiten