Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thoracicus en de genoemde aders, zelfs met de venae lumbures waargenomen (1).

liet maaksel der fijnste lymphevaten laat zich in de vlokken zeer goed onderscheiden, wanneer men deze van hun cilinderepithelium ontbloot en door middel van azijnzuur doorschijnend gemaakt heeft (PI. V, fig. 26). In de as en om het centrale kanaal vertoont zich alsdan eene laag van smalle en in de lengte uitgerekte, aan de beide uiteinden spits toeloopende, ïlonkere ligchaampjes of celkernen (d d), die punten van overeenkomst aanbieden met de verlengde celkernen der vaatvliezen; zij liggen alle met de langste doormeting evenwijdig aan de lengte-as der vlok, op tamelijk regelmatige afstanden achter en naast elkander, even als de oor spronkelijk gescheidene kernen der kernvezels in het overlangs vezelvlies der fijnere bloedvaten. Ik kon noch een epitbelium binnen in deze lagen, noch dwars-ovale kernen daar buiten om onderscheiden. Onmiddellijk daarop naar buiten volgen zeer kleine donkere korreltjes in eene onregelmatige laag (c), en vervolgens, binnen een ligt gegranuleerd weefsel, grootere en kleinere celker nen en korreltjes (a a f), die tot het slijmvlies en zijne haarvaten behooren. De wortels der lymphevaten in de vlokken bestaan dien ten gevolge, even als de fijnste haarvaten, uit een enkel vlies, en dit vlies komt, ten opzigte van, zijn maaksel, met het overlangsvezelvlies der aders overeen, want dat de overlangs-ovale kernen in een bijzonder vlies liggen, mag op analogie af wel buiten twijfel gesteld worden.

Het uitwendig voorkomen der darmvlok, na behandeling met azijnzuur, levert een nieuw bewiis op voor de juistheid der boven gegevene beschrijving van de wortels der lymphevaten. De overlangsovale kernen reiken niet tot aan de punt der vlok en komen kort vóór de punt bij elkander, waar, zoo als wij aannamen, het blinde

(1) Ono, Pathui. Anat. I, 365; Wützer in Müii.er's Archir, 1834, S. 311; (in dit geval was het bovenste einde van den ductus thoracicus vergroeid of Iqn minste zeer vernaauwd.) Bbïschi.t , Sysl. lymphat. p. 111.

[A. Nchn (Müller's Archiv, 1848, S. 173) heeft een aantal waarnemingen bekend gemaakt. waarbij walervaatstammetjes in aders van den onderbuik en het bekken inmondden. Vert.]

Sluiten