Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tan den duclus thorackus zijn ontstaan, zal wel moeijelijk te bewijzen zijn (i).

Dat de lymphevaten opslorpen, is buiten twijfel. De zoo even aangevoerde feiten, de regtstreeksche waarneming aan de chylvaten, proeven met gekleurde en door reagentia ligt herkenbare stoffen de gele kleur van de watervaten der lever bij verstopping der galbuis, de roodachtige in watervaten, die uit extravasaten komen, de opzwelling en ontsteking der lympheklieren, die hare vaten van ontstokene plaatsen verkrijgen, dit alles zijn onwederlegbare bewijzen voor dc opslorping door watervaten. Maar hoe, door welke krachten zij opslorpen, is nog niet uitgemaakt. Men heeft aan eene capillaire attractie gedacht; maar met haarhuizen zouden zich de watervaten alleen dan laten vergelijken, wanneer zij opene mondjes bezaten. Anderen namen aan, dat door het opstijgen der lymphe luchtledige ruimten ontstonden, waarin nieuwe vloeistof moest indringen: dit zou evenwel alleen dan mogelijk zijn, als de wortels der Ijmphcvaten vaste wanden bezaten; week, als zij zijn, zullen zij in ledigen toestand even zoo ligt door de drukking der lucht van buiten zamengedrukt, als door opstijgende vochten gevuld worden. Daar de wortels der chyl- en lymphevaten door geslotene en permeabele dierlijke vliezen gevormd worden, en toch altijd met een minimum van vocht doortrokken moeten worden gedacht, zoo kan ook het indringep van vloeistof daarin alleen op de wetten der endosmose berusten, die echter helaas van het physische standpunt nog te weinig zijn onderzocht, om eene toepassing op het detail der organische processen toe te laten. De wijzigingen, die plaats hebben, wanneer eene drukking op eene der vloeistoffen werkt, die door dierlijke vliezen gescheiden zijn, zijn niet onder-

(1) Als bij sluiting der lymphevaten liet uit de bloedvaten uitzwcetendc plasma cenen hoogen graad van plasticiteit bezit, dan zal in plaats van hydrops of minsarca eene soort van liypertropliie het gevolg zijn. Vet- en bindweefsel, die zich het gemakkelijkst op alle plaatsen ontwikkelen, zullen het eerst in ziekelijke hoeveelheid worden voortgebragt. Zouden niet vele plaatselijke vetophoopingen, zou niet zelfs de elepJutntinxis op deze wijze ontstaan? Uit den zamenhang tusscben de lymphevaten der genitalia en die der onderste ledematen zou het raadselachtige verschijnsel verklaard worden, dat bij de laatstgenoemde ziekte de wanstaltigheid zich in deze declen gelijktijdig vertoont.

Sluiten