Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chemisch verschil is bovendien weinig waarde te hechten; want blijkbaar wordt ook bij de koking het slagadervlies slechts voor een klein gedeelte in lijm veranderd, en het zelfde geschiedt, docli in eene nog geringere mate, bij eene langdurige koking van vele spiervezels, zoodat het schijnt, alsof het geven van lijm van eene stof afhangt, die met de spieren in eene kleinere hoeveelheid vermengd is, dan met het kringswijs vezelvlies der slagaders. Misschien leveren de kernvezels de lijm. Wanneer er lijmgevend bindweefsel bestaat, dat zich op galvanismus zamentrekt, dan moet dit chemische onderscheidingskenmerk geheel wegvallen.

In hare morphologische kenmerken komen namelijk de echte, voor galvanismus gevoelige spiervezels voor een gedeelte, zoo liet schijnt, met het contractiele bindweefsel, voor een gedeelte met de gegranuleerde vezels der vaatrokken overeen; voor een gedeelte vertoonen zij eigendommelijke, van beiden afwijkende vormen ; en dien ten gevolge kunnen wij drie soorten van spiervezels onderscheiden (1).

1. Spiervezels met de kenmerken van het bindweefsel. Hiertoe behoort misschien het contractiele weefsel der iris; ik zeg misschien, omdat aan den eenen kant de onderzoekingen omtrent het maaksel der iris nog geen voldoende overeenstemming vertoonen, oin ze als gesloten aan te merken, en aan den anderen kant hare physiologische terugwerkingen nog te weinig gekend en te raadselachtig zijn (2). Alleen in een scheikundig opzigt is hare

(1) Goede en karakteristieke afbeeldingen van spierbundels en vezels, zoowel der gladde als der gestreepte, vindt men in de werken van Suarpev (Dr. Qcain's anatomy, 1846, Lond. P. II, p. CLXIV, CLXVIM, CLXXXll) en 11. li. Todii and W. Bowman (The physiolog. anatomy and physiology of man% 1845, Vol. T, p. 153, 159, 1 Gl); eene afbeelding der door behandeling met azijnzuur daar te stellen kernen van varikeuze spierbundels bij J.G. Lessing [Verhand, d. Hamb. Vereins, 1846, Taf. II, fig. 15); van gestreepte spiervezels voorls bij A. \V. IIassall (ïhe microscop. anatomy of the liuman body, 1847, pl, XLI, fig. 1, 4, pl. XI,II en XLI1I, fig. 1,5, 6), AV. P. Carpenter (A manual of physiolog. 1846, p. 199, 200), C. ,T. M. Langenbeck (Mikrosk. anat. Abbildnngen, 1846, Paf. V, VII) en bij II. C. B. Bendz (Handbog i der almindelige Anatomie', 1847, Taf. V, fig 8—11). K. v. Erlach (Müller's Arcliiv, 1847, Heft IV, p. 313, Fig. 9—10J geeft afbeeldingen van varikeuze spiervezelen bij gepolariseerd liclit. Vert.

(2) A. F. Günther (Lehrh. d. ally, Physiol. 1845, S. 369) vond de conlrac-

Sluiten