Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of contractiliteit (prikkelbaarheid of zamentrckbaarheid) genoemd. De irritabiliteit berust op de wederkeerige werking der levende deelen, en verdwijnt met den dood. Zij biedt daarom een wezenlijk ver schil aan met de elastische of physische contractiliteit: het streven van uitgezette deelen, om tot hunne normale uitzetting teiug te keeren , en die ook aan de geïsoleerde, doode organen blijft bestaan.

Wij hebben reeds in de voorgaande afdeelingen twee soorten van vezels leeren kennen, die volgens de gegevene definitie lot het spieiweefsel moeten worden gebragt: de contractiele bind weefsel vezels en de gegranuleerde vezels van het vaatvlies. Daar de eerstgenoemde vezels in hare mikroskopische en chemische eigenschappen zooveel punten van overeenkomst met het fibreuze weefsel aanbieden, en de laatste zich in hare langzamerhand plaats hebbende ontwikkeling slechts gelijktijdig met de beschouwing van het weefsel der oveiige vaatvliezen lieten nagaan, kwam het mij doelmatiger voor, ze, met achterstelling der systematische orde, op die plaats te behandelen. Nogtans bestaan er ook nog physiologische en chemische punten van verschil, waardoor de afscheiding eenigermate wordt geregtvaardigd. Want indien ook al het contractiele bindweefsel en het kringswijs vezelvlies der slagaders, met het weefsel, dat wij thans zullen beschrijven, de geschiktheid met elkander gemeen hebben om zich op prikkels te verkorten, zoo zijn toch de uitwendige prikkels, die ze tot zamentrekking aanzetten, niet de zelfde; de vroeger beschrevene irritabele vezels reageren op koude, de volgende niet; de eerste daarentegen reageren niet op galvanismus, dat tot de werkzaamste prikkels voor de thans te beschrijven organen behoort. Chemisch onderscheiden zich de eigenlijke spiervezels van de vroeger behandelde weefsels daardoor, dat deze bij de koking geheel of gedeeltelijk in lijm overgaan, terwijl daarentegen de spieren nagenoeg geen lijm öpleveren. Wij zouden alzoo de benaming »spiervezelen" tot die contractiele vezels kunnen beperken, die voor galvanismus gevoeligheid yertoonen en door kolung niet in lijm worden veranderd. Daarbij is het evenveel altijd geiaden, zoowel van een physiologisch als van een anatomisch standpunt, de gezamenlijke irritabele vezels als eene zamenhangende, dooi velerlei overgangen verbondene rij op te vatten, zoo als nog aan het einde van dit hoofdstuk zal worden aangetoond. Aan het

Sluiten