Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er komen ook bundels van 0,0176"' breedte voor, en weder andere, zeer dikwerf, die niet meer dan 0,002—0,005""meten. Alleen de kleinste komen den cilindrischen vorm nabij; de grootere zijn

palm. den balzak en de anusstreek. De kanalen der oorsmeerklieren bezitten onder liet epithelium eene laag van overlangsclie spiervezel en, en naar buiten daarvan in sommige gevallen dwarse, fijne kernvezels met bindweefsel. In den ductus Jiepaticus van den mensch en zijne takken komt slechts bindweefsel met kernvezels voor ; in den duclus cysticus van choledoclius komen bundels van gladde vezels voor, maar zwak en spaarzaam; in de galblaas vormen de vezels eene zamen, hangende spierlaag, die eveneens zeer teeder is. Ilare vezelcellen zouden daardoor eigenaardig zijn gekenmerkt, dat de kernen onduidelijk en dikwijls geheel en al onzigtbaar zijn. De muskuleuzc vezelcellen ontbreken in de buis der alvleeschklier, in de uitlozingsbuizen der traanklier bij bet kalf, en in de traankanaalljes, den traanzak en de traanbuis van den mensch, in de uitlozingsbuizen der speekselklieren, met uitzondering van den ductus Wharlonimius bij den mensch, waar zij eene moeijelijk aan te toonen laag van overlaugsche vezels vormen. Bij het kalf ontbreken zij ook in deze buis. In de uierkelkjes, het nierbekken en de pisleiders zijn van buiten overlangsebe en van binnen dwarse vezels; in den omtrek der blaas voegt zich daarbij eene binnenste overlangsebe laag, terwijl de laag van ringvormige vezels onduidelijk wordt. In liet corpus trigonum der pisblaas zijn de spiervezels met vele bindweefsel- en elastische vezels vermengd. K-Ölliker beschrijft als binnenst spiervlies van den hal eene laag van gladde spiervezels, aan de binnenzijde der tunica vaginalis communis. In het vas dejerens ligt onder het slijmvlies eene teedere laag van overlaugsche vezels, daarover eene laag van dwarse en schuinscbe vezels, en bet meest naar buiten eene dikke overlangsehe vezellaag. Dit maaksel zet zich in het kanaal des bijbals voort, maar in zijne fijnste deelen waren de spiervezelen niet met zekerheid waar te nemen. De ductus ejuculalorii vertoonen tot hij hunne uitmonding overlangs loopende vezels. liet buitenste vlies der prostuta en de door Valemjn aangeduide roodachtige en netvormig dooreengevloehtene vezels daarbinnen z'jn nagenoeg geheel nit gladde spiervezels zamengesteld. De pisbuis is binnen dcprostata door eene dikke spierlaag omgeven; de vesicula prostatica bevat, vocral naar den bndein toe, tamelijk veel spierweefsel. De CowPER'sche klieren bezitten een teeder musculeus omhulsel, maar geen spieren in de uitlozingsbuis. Minder dan in de pars prostatica is in de pars membrunacea der pisbuis bet spierweefsel ontwikkeld. In de corpora cavernosa is de pisbuis door mnsculeuze overlangsehe vezels omgeven, die met de spiervezels van het caverneuze balkweefsel zamenhangen. In de pisbuis der vrouw bevat liet binnenste overlangsehe vezelvlies slechts weinig vezelcellen; het dikke buitenste kringswijs vezelvlies daarentegen wel. Uitvoerig beschrijf!. Kölliker de museulatuur van den uterus en descheede, waarvan de eerste vooral daardoor belangrijk is, dat zij te gelijk bijdragen levert voor de ontwikkelingsgeschiedenis der vezelcellen. Buiten de zwangerschap zijn de spierelemcntcn van den uterus moeijelijk te herkennen, omdat zij met veel bind-

Sluiten