Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twijfel wordt echter weggenomen , wanneer men , zoo als gewoonlijk , op andere plaatsen van denzelfden bundel de karakteristieke dwarsstrepen ziet te voorschijn komen.

Het naast aan dezen vorm sluit zich een andere aan, waarin altijd nog de overlangsche streepvonning den boventoon voert: de strepen zijn geen eenvoudige lijnen, maar als uil digte rijen van donkere puntjes zamengesleld (fig. 4, A, de bovenste helit). Nu nemen de puntjes in breedte loe en de dwarse streepvorming krijgt de overhand (zie dezelfde figuur, de onderste helft). Wanneer de puntjes regelmatig in rijen naast elkander liggen, dan loopen de dwarsstrepen over den geheelen bundel; dikwijls nemen zij slechts een gedeelte van denzelven in (fig. 4, D, E); dikwijls zijn zij ook in hun beloop meermalen afgebroken ; zij kunnen eene scliBinsche of golfvormige rigting bezitten en kunnen eindelijk geheel en al onduidelijk worden, wanneer de puntjes, hoewel overlangs regelmatig in rijen vereenigd, in de breedte niet op elkander treffen. Nu en dan hangt het slechts van de willekeurige intentie af, of men, zoo als in het nevensstaande veld van regelmatig naast en boven elkander gerangschikte pun-

tjes, de overlangsche of dwarse rigting wil vervolgen.

De afstand der dwarsstrepen, op de boven opgege-

vene wijze gemeten, bedraagt aan deze bundels eveneens gemiddeld 0,0006'". De dwarsstrepen gaan hier even zoo goed, als daar de overlangsche strepen, gewoonlijk door de geheele dikte des bundels, en wanneer men aan eenen dikkeren bundel allengs het focus verandert, dan doen zich aanhoudend andere en wederom andere dwarsstrepen in het focus tot op de onderste vlakle des bundels voor, een bewijs, dat zij niet tot de scheede behooren (1) Dikwijls heb ik ze aan bundels, die ik met azijnzuur had behandeld, nog in den uit de scheede uitgezwollen inhoud herkend. Door maceratie en eene zachte drukking (2) worden de bundels werkelijk overlangs in primitief-

— I

(1) P. Harting heeft zijne vroeger genile mcening, dat de dwarse strepen tot de scheede zouden behooren, later (Histologisohe nanteekeningen, in van der Hoeven en de Vrïese, Tijdschrijt, Deel XII, 1845, ld. 31) weder ingetrokken.

Vert.

(2) Om in den zomer de handels in water te weeken en de verbindende zelf-

Sluiten