Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tjes insluit. Men kan deze korreltjes ligt met die verwisselen, welke na eene gedeeltelijke resorplie der in het omhulsel gelegene kernen overblijven; maar zij liggen dieper, en onderscheiden zich ook door de breede strepen, die van hen uitgaan. Neemt men hierbij nog in aanmerking, dat in de onrijpe spierbundels van het embryo vóór de volkomene ontwikkeling der primitiefvezels de aanwezigheid van een vasten of hollen cilinder in de as zoo duidelijk en nagenoeg door alle waarnemers gezien is, dan mag men de juistheid der door de genoemde onderzoekers gegevene beschrijving niet in twijfel trekken; en alleen dit wil ik voor onbeantwoord houden, of de inergzelfstandigheid zich in alle spierbundels bestendig afgescheiden houdt, en of zij niet door de vezelige bas [zelfstandigheid allengs kan worden verdrongen (1).

Gelede bundels bezitten alle spieren, die van het skelet afkomen: daartoe belmoren ook de spieren van het oog, van het inwendig oor (2), verderde spieren van het tongbeen, van de tong en het zacht verhemelte, de spieren van het strottenhoofd en de sluitspieren van het keelgat, de huidspieren (subcutaneus colli bij den mensch), de buitenste sluitspieren van den anus en de spieren van den bilnaad (3); van de openingen des ligchaams uitgaande varikeuze vezels een eindwegs langs de kanalen naar binnen, en verliezen zich vervolgens langzamerhand. Aan den slokdarm reiken

(1) Ook Stadeuunn (Sectiones transversae elc. 1814, p. 12) vond niels. dat op liet hes taan van een centraal kanaal heenwees. H C. li. Bendz (t. a. p.) heeft de holte wedergewraden. Men zou haar het gemakkelijkst herkennen aan geweekte doorsneden van gedroogde spieren, waar Henle en Stadelmann ze evenwel te vergeefs zochten, liet menigvuldigst zou zij in jongere individuen gevonden worden, maar niet constant in alle bundels* 7. ij ligt, volgens Bendz. altijd in dc as der hundels, en hare wijdte staat in geene verhouding tot hunne dikte. Zij bedroeg hij een lam 0 002"' in eenen primitiefhundel van 0,000''' doormeting, liet kanaal bevat eene eiwitachtige, somtijds korrelige vloeistof. J. ar Holst (De structura muscul« in geilere et aimulat. musc. in specie obset'V. niicrosc. 1846) zag de holle in het embryo, maar ontkent dat zij in de voltooide spieren zou voorkomen. Vert.

(2) J. Muller, l'hysiol. II, 380.

(3) Als eene merkwaardige uitzondering verdient vermeld te worden, dat bij het paard eene bleeke, aan de onderzijde der penis gelegene spier (Gcrit, Vergleich. Au ut. I, 205, II, 106) ongestreepte bundels i1p7.il (Vaientin, Kepeit 1338, S. 10G).

Sluiten