Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoffen, die door liet bloed de werkzaamheid der centraalorganen benadeelen, zoo als de narcotica, ook in plaatselijke aanraking met de spier hare irritabiliteit opheffen (1), en dat alles, wat voor de spieren een prikkel is, ook op de sensibile zenuwen prikkelend werkt; en omgekeerd, wat hierin de opwekking vermindert, ook op de spieren verlammend werkt. liet meest afdoende argument echter levert Valentin (2), die aantoont, dat kleine stukjes spierzelfstandigheid van kikvorschen, die onder het mikroskoop gebragt worden, slechts dan op galvanismus reageren, wanneer zij nog enkele zenuwvezelen bevatten (5). Doen er zich andere gevolgen voor, naarmate een prikkel op den zenuwstam of op de spier zelve aangebragt wordt, dan laten zij zich voldoende uit toevallige omstandigheden verklaren. Zoo wekken chemische prikkels ligter trekkingen op aan de ontbloote spier, dan door den zenuwstam (4), omdat zij gemakkelijker door het spiervleesch dan door het vaste neurilema dringen. Na doorsnijding der zenuwen ontstaan nog gedurende langeren tijd trekkingen na prikkeling der spieren, dan op prikkeling der zenuwen (Günther en Sciiön) , waarschijnlijk alleen daarom, dat de peripherische uiteinden der zenuwen langeren tijd onveranderd blijven dan de stam, die digter bij de plaats der verwonding gelegen is.

Wanneer de boven beschrevene kronkelingen, die men ook lang na den dood en dikwijls na de koking der spierbundels, alsmede

(1) 11. WlIVTT. in zijn Zeitschr. Neue Edinb. Versuche, übers. u. fterausge' geben zu Altenburg, II, 312: J. Muller, Physiol. II, 52.

(2) t. a. p. p. 124.

(3) Valentin (Physiol. 1844, Bil. II, S. GG) heeft later deze zijne vroegere, tegen de spierprikkelhaarheid uitgevallene proeven getracht te wederleggen door het positieve resultaat der inwerking van het water. Ilij heeft gezien, even als Bowman, dat zich geïsoleerde spiervezelen in water hoog- ol' slangvormig krommen, inknikken, insnoeren en slingervormig heen en weder bewegen. Henle (.Jahreslericht, 1845, S 20) zegt, dat men moet erkennen, dat van het eerste, hovengenoemde negatieve resultaat slechts een omzigtig gehruik kan worden gemaakt, maar meent, dat men ook aan dit positieve geene grooterc bewijskraeht kan toeschrijven, omdat zich het water ten opzigte der eigenlijke spieren niet als een prikkel gedraagt. Het zou dien ten gevolge op de geïsoleerde spiervezel óf slechts chemisch, door imhibilie, óf op eenc wijze werken, die met de werking der prikkels op levende en van zenuwen voorziene spieren niets gemeen heeft.

Vert.

(4) J. MiiUEn, Physiol. II, 52.

Sluiten