Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jammer, dat Laijtii niets over de verhouding dezer rimpels tot de dwarsstrepen heeft medegedeeld. Zulke fijnere zigzagbuigingen, die door mij boven aan doode spieren beschreven zijn, heb ik. ook aan volkomen versche spieren dikwerf gezien. Zij zijn nagenoeg 20 maal fijner dan de door Prévost en Dumas vvaargenomene. Het zou van belang zijn te weten, of zij ook bij levende zamentrekking binnen de groote huigingen voorkomen, zoo als mij de waarneming van Lautij doet vermoeden. Valentin (1) neemt aan, dat zich eerst inbuigingen op grootere afstanden vormen, en alleen bestaan, als de verkorting weinig is; wanneer zij sterker worden, ontstaan er op eiken afstand nieuwe inbuigingen, 6—8 en meer. Wanneer het laatste plaats heeft, zou de verkorting grooter moeten zijn, en desniettemin berekent Valentin ze ook evenals Prévost en Dumas slechts op 0 023—0,029. Overigens is het wel mogelijk, dat deze fijnere vorm van kronkeling, hoe regelmatig zij ook zij, tot de levende zamentrekking der spieren in het algemeen in geene betrekking staat, maar slechts het gevolg is eener physische verkorting. Eene soortgelijke, niet minder scherpe zigzagbuiging komt aan de zenuwen voor.

Eindelijk zou nog eene verkorting der animale spieren denkbaar zijn door eene nog fijnere kronkeling der primitiefvezels. Wanneer wij de vorming der dwarsstrepen goed nagegaan en verklaard hebben, dan kan de regte primitiefvezel zich in eenen meerderen of minderen graad golfvormig en zelfs spiraalswijze oprollen; de dwarsstrepen zouden alsdan het gevolg der ligtste zamentrekking zijn; waarop eerst de fijne en daarna de grovere zigzag-buiging zoude volgen. De fijnste dwarsstrepen der bundels zag E. II. Weder (2) in den staart van levende kikvorschlarven gedurende hare rust. Valentin zag gedurende de zamentrekking de dwarsstrepen, die hij overigens voor varikeuze opzwellingen houdt, zich snel opligten (5). Als na doorsnijding der zenuwen de prikkelbaarheid der spieren allengs verdwijnt, dan worden ook de dwarsstrepen langzamerhand onduidelijk, en aan volkomen verlamde spieren zijn

(1) Funct. nerv. p. 131; Berl. Encyclop. Art. Muskelhewegung. S. 184.

(2) Rosenmülier's Anat. S. 92.

(3) Berl. Encyclop. Art. Mushelbewegung, S. 188.

Sluiten