Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand van rust. De laatste veronderstelling, reeds op zich zelve onwaarschijnlijk, daar de spier geene zamendrukbare vloeistoffen bevat, wordt door de overeenstemmende proeven van Carlisle , Blanc, Barzellotti, Prévost en Dumas (1) wederlegd. Erman (2) vond, dat het water in eene gegradueerde buis bij de zamentrekking der spier zonk, maar zoo weinig, dat het niet in aanmerking kan komen.

Sciiwann heeft bewezen (5), dat de kracht der spier in regte rede met de contractie afneemt, even als bij de elastische ligchamen ; zij is bij de spier in de rust, bij elastische ligchamen in de uitzetting het grootst; bij de spier in den toestand der grootste zamentrekking, bij elastische ligchamen in den toestand van rust = 0. Daarmede worden de theoriën wederlegd, die de zamentrekking uit aantrekking der atomen ten opzigle van elkander verklaren, daar de bekende aantrekkende krachten toenemen in die mate, waarin de elkander aantrekkende deelen nader bij ellsauder komen.

De spiervezelen ontwikkelen zich bij liet embryo uit cellen , die in een geleiachtig cytoblastema ontstaan. Men ziet eerst ronde, met een tot twee kernligchaampjes voorziene kernen, in overlangsche rijen met elkander vereenigd, die zich met teedere, doorschijnende, in water ligt berstende wanden omgeven. Terwijl deze iets grooter worden en zich vooral overlangs uitzetten, ontstaan hier binnen om de kern kleine, geïsoleerde, ronde korreltjes. Door resorptie der tusschenwanden smelten de celholten ineen en de ineengesrnoltene cellen stellen buizen daar, die aan de verbindingsplaatsen dikwerf eenigzins ingeknikt zijn. Aan den wand der buizen ontwikkelen zich glasheldere, dunne, overlangsche draden, de latere primitiefvezels. Tot zoover stemmen de oudere en nieuwere waarnemingen van Yalentin (4) en die van Sciiwann (8) overeen. Vanhier af aan echter wijken de opgaven van beide van elkander af.

(1) Magendie, Journ. de phys. III, 308.

(2) Gilberi's Ann. XL, 1.

(3) J. Müller's Physiol. II, 59.

(4) EntwickelungsgeschrS. 26"; MiillER's Archiv, 13H), S. 1!)8.

(5) Mikrosk. Utilers. S. 15(J.

Sluiten