Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs, maar ook dwars met elkander ineengesmolten moesten zijn. Het wordt echter ook door Valentin's waarnemingen wederlegd, ' die, na de vorming der overlangsclie vezels, de kernen nog in eene binnenste centrale holte waarnam. Is dien ten gevolge de scheede een secundair produkt, zoo als uit Valentin's beschrijving schijnt te volgen, uit afgeplatte en tot membranen ineengesmoltene cellen gevormd, dan zijn de primitiefvezels als secundaire nederzettingen over eenen uit met elkander in rijen vereenigde cellen bestaanden cilinder te beschouwen. Dit wordt des te waarschijnlijker, wanneer wij de ontwikkeling van het haarweefsel met die van het weefsel der spieren vergelijken. De gladde spierbundels worden, even als de overlangsche vezels der haren, uit een cytoblastema gevormd, dat zich volgens de rigting der kernen in vezels splijt, die somtijds later in fibrillen worden verdeeld. Eene scheiding in inhoud en scheede is niet waar te nemen : de kernen verhouden zich in het begin in beide gelijk, maar gaan later aan de haren grootendeels verloren , en ontwikkelen zich aan de spieren tot kernvezels. In de gladde spiervezels der pisblaas van eene pasgeboren kat zag ik nog in het geheel geen kernvezels, maar alleen ronde celkernen. Komen de gladde vezels in dikte en maaksel met de elementaire vezels van het haar overeen, dan moet men de varikeuze bundels daarentegen met het geheele haar gelijk stellen. In beide eene centrale, door dwars geplaatse celkernen gekenmerkte as, waarvan de kernen later verdwijnen, in beide overlangsche vezels,die zich oin deze as ontwikkelen, in beide eindelijk eene scheede om de overiangsche vezels. Alleen de typus, waarnaar de overlangsche vezels ontstaan, is misschien in de spieren eene andere, daar de primitiefvezels der laatste niet door de verdeeling van celvezels schijnen te ontstaan, maar zich onmiddellijk uit eene gelijkvormige zelfstandigheid schijnen te ontwikkelen. Mogelijk is het, dat tot hare vorming de fijne puntvormige ligchaampjes gebezigd worden, die ik somtijds in varikeuze spieren in de plaats der vezels en daarnaast aantrof. Zij zijn het menigvuldigst in de fijnste bundels, en worden niet in de dikste gevonden (1).

(1) Fh. Arnold [f/aiidb. d. Anat. 1843, S. 250J beschrijft de ontwikkeling

Sluiten