Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kere, korrelige massa's; keukenzoutoplossing werkt als koud water, maar sneller (1).

Treft eene drukking of eene uiteenzetting de zenuwbuizen vóór de stremming (zoo pleegt men de zoo even beschrevene verandering van het zenuwmerg te noemen), dan vormen zich ovale opzwellingen en daartusschen insnoeringen, dikwijls met groote regelmatigheid; bij eene voortgezette rekking worden de ovale opzwellingen tot kogeltjes, die door dunnere, cilindrische stukken verbonden zijn (M, a). Op deze wijze ontstaan de in den jongsten tijd zoo beroemd gewordene varikositeiten der zenuwvezels. Uit elke taaije en viskeuze zelfstandigheid, uit slijm, speeksel, eiwit, kan men soortgelijke varikeuze vezels maken, wanneer men ze tusschen twee vingertoppen tot een draad uitrekt; er is dan een oogenblik, waarop de draad zich in eene rij van kogeltjes verandert, en zoo blijft, totdat zij verbroken wordt. Op physische gronden, die ik hier niet verder uiteen kan zetten, vertoont zich dit verschijnsel slechts aan zeer fijne draden, en daarom doet het zich ook des te eerder voor, naarmate de zenuwbuizen dunner zijn. Hier en daar komen echter ook aan de dikkere vezels varicositeiten voor. De scheede heeft daaraan geen deel en volgt de insnoeringen der mergzelfstandigheid niet (M, b). Ligt gebeurt het, dat het zenuwmerg van fijne buizen onder de opgegevene omstandigheden in rijen van afgescheidene, ronde of onregelmatige droppeltjes wordt ontleed (M, cc).

Zeer dikwijls, men kan zeggen gewoonlijk, bereikt de stremming, die aan de randen begint, niet de as der zenuwbuizen, en er blijft in het midden eene lichte streep over, welke zich als een cilinder voordoet, die overlangs door de zenuwbuis heengaat. Ilij is nu eens regt, dan weder gekronkeld, en volgt niet juist de omtrekken van den buitensten rand; dikwijls ligt hij ook digter bij den eenen rand, of komt op eenige plaats van zijn beloop digter bij denzeiven. Men ziet hem in dikke en fijne buizen, in de eerste duidelijker; hij loopt vooral in het oog, wanneer het buitenste zenuwmerg gelijkmatig en fijnkorrelig gestold is (G, b). Zijne doormeting is veranderlijk ; maar men ziet haar toch dikwijls in zenuwen van gelijke doormeting zeer overeenstemmend, ongeveer \ tot half zoo

(1) E. Eürdacit, Beitr. <z. mibrosJc. Anal. S. 34 cn volg.

Sluiten