Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij de doorgescheurde uiteinden slechts in korte vezels gesplitst worden. De hoofdoorzaak van dit Terschijnsel echter is, dat de graauwe zenuwen niet, zoo als de witte, door lagen van los bindweefsel in fijnere bundels verdeeld zijn; de overlangs loopende vezels van eene geheele zenuwstreng liggen nagenoeg alle op gelijke wijze digt naast elkander, of als er eene verdeeling in secundaire en tertiaire bundels gevonden wordt, zijn hunne bindweefselscheeden fijner en vaster. Overigens vertoonen zich dezelfde vormen van het interstitiële bindweefsel, als in de witte zenuwen en alle vezelige weefsels: deels echte bindweefselvezels, deels donkere kernvezels, deels takkige vezels als die der zonula, plexus vormende, en tusschen al deze de fijnste, uit het primaire vaatvlies bestaande haarvaten.

Men merkt in de graauwe zenuwen twee soorten van longitudinale vezels op. De eene zijn in niets van de primitiefbuizen der witte zenuwen onderscheiden, maar behooren grootendeels tot de fijnste, en worden dien ten gevolge ligt varikeus; de andere gelijken naar de zoo even beschrevene vezels van de ringvormige laag van het neurilema; eene verdeeling der vezels in fijnere librillen komt ook aan deze nu en dan voor. Somtijds schijnt het alsof langs den rand der vezels donkere, eenigzins meer golfvormige, fijnere vezels heenliepen, even als de kernvezels van het bindweefsel (fig. 6, C,e). Wanneer men een fijn takje van eene graauwe zenuw met azijnzuur doorschijnend maakt, en de vezels door de voorafgaande bereiding niet in wanorde gebragt zijn, dan leveren de talrijke, in regelmatige tusschenruimten naast en overlangs achter elkander in rijen geplaatste celkernen een zeer fraai gezigt op. Azijnzuur kan ook dienen, om uit de grooté hoeveelheid dezer met kernen bedekte vezels de eigenlijke zenuwbuizen uit te vinden; maar men moet het tot dat einde slechts verdund gebruiken, omdat het anders aan het zenuwmerg zijn eigenaardig gekenmerkten glans en te gelijk aan de buizen de donkere omtrekken ontneemt.

Op de betrekkelijke hoeveelheid der beide soorten van vezelen berust het uitwendig voorkomen der graauwe zenuwen; hoe grooter het aantal der eigenlijke zenuw buizen is, des te meer gelijken zij naar de animale zenuwen. In de wortels van den N. tytnpalhicits

Sluiten