Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dieper door te dringen, stel ik voor, ze, wegens hare overeenkomst niet de vezels van de laler te besehrijven gelatineuze zelfstandigheid der centraalorganen, gelatineuze zenuwvezels te noemen, waarbij altijd het vooruitzigt blijft bestaan, dat zij onder de rubriek van het bindweefsel terugkomen. Met den naam moet niets anders dan haar voorkomen in zenuwen worden aangeduid, even als wij toch ook de bindweefselvezels in de pezen als peesvezels nog voortdurend aanduiden.

Wanneer men de gelatineuze vezels uitsluit, kan men het gevoelen omhelzen , dat de zenuwvezels in de stammen of lakken nimmer takken afgeven, zich nooit gaffelvormig verdeelen of in fijnere vezels worden ontleed. Het schijnt, dat elke buis onafgebroken van hot centrale tot aan het peripherische uiteinde voortloopt (1). De secundaire bundels binnen de stammen vormen vlechten, even als de stammen zelve door wederkeerige ruiling hunner bundels op vele plaatsen anastomoses en plexus vormen. Geeft een zenuwstam aan zulk eene vlecht vezels af, die tot eene of onderscheidene nabij elkander gelegene wortels behooren, en dien ten gevolge bij het verlaten der centraalorganen naast elkander liggen, zoo bevat daarentegen de uit de vlecht voortkomende stam vezels uit verschillende wortels en uit verschillende streken der centraalorganen, die zich op nabij elkander gelegene plaatsen der peripherie moeten verspreiden.

De dooreenvlechtingen der secundaire en tertiaire bundels of zenuwstrengen (funiculi nnrvorum) binnen in de zenuwstammen zijn somtijds zoo menigvuldig, dat men geene streng meer dan eenige lynen kan vervolgen; in andere gevallen zijn zij zeldzamer. In de buitenste huidzenuwen van den arm b. v. vond Kronenberg (2) strengen, die meer dan 6 duimen ver voortliepen, zonder zich met andere te verbinden. De wijze en menigvuldigheid der dooreenvlechtingen zijn echter in dezelfde zenuw tamelijk stand-

(1) Eene enkele waarneming van eenen scliuinsloopenden, korten, anuslomoserenden tak lusselien twee zenuwhuizen wordt bij Korenberg, Unerh. Struclur, Taf. I, o, gevonden.

(2) Plexuum nervorum si metara ei virlu'es, ttcrol. 1 336. p. ii

Sluiten