Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der retina, en inen kan daarin een nieuw bewijs zien, dat de korreltjes der retina niet tot hare zenuwelementen behooren. De eigenlijke zenuwbuizen heeft bovendien niemand tot aan de zonula kunnen vervolgen (1), en de staafjes eindigen eveneens nog voor dat de retina het corpus ciliare bereikt.

In het menschen-oog komt een eigendommelijk vormsel voor, eene verdunning en gele kleuring van het centrale gedeelte van het netvlies, en derhalve juist op die plaats, welke de sterkste en duidelijkste gevoeligheid voor het licht bezit. Des te meer is het te betreuren , dat van de oorzaak van dit vormsel, bij de moeijelijkheid om versche menschenoogen te verkrijgen, nog zoo weinig bekend is. Het forumen centrale wordt door velen voor eene scheur der retina op hare dunste plaats gehouden; IIusciike (2) en Lan(jenbeck (3) geven op, dat bij eene mikroskopische beschouwing de opening geen scherpe randen vertoont, maar dat de randen in onregelmatige stukjes over de opening heen er in hangen; Huschke neemt aan, dat de gezamenlijke lagen der retina, hoewel dunner, over de plek heengaan. In versche oogen zou de schijn eener opening daardoor ontstaan, dat de gele kogeltjes der macula Int va zich meer verstrooid en meer van elkander verwijderd over de dunne plaats voortzetten. Arnold (4) vindt de randen ook met het gewapende oog glad; doch het zou niet altijd eene opening zijn, maar dikwijls, vooral in den ouderdom, slechts eene dunnere, merglooze plaats. Dalrymple (ö) had gelegenheid, een menschen-oog zeer spoedig na den dood te onderzoeken. Hij vond geene plica centralis, en in de plaats van het foramen centrale eene kleine bekervormige uitholing met eenen verhevenen rand. Langenbeck (6) vindt de mergkogeltjes gekleurd, de zenuwvezels on-

(1) Ik Iiel) vroeger aangetoond, dat de vezels, die inen voor zenuwen aanzag, geen zenuwhuizen, maar eigendommelijke vezels der zonula zijn. Tot de daar genoemde waarnemers, die zich om deze vezels voor de voortzetting der retina tot aan den rand der lens verklaarden, lielioort nog Bidder (Müuer's Archiv, 1841. S. 254).

(2) v. Amjion's Zeilschri/l, III, 17.

(3) De retina, p. 12.

(4) Auge des Menschen, S. 89.

(5) The nnntomy of the hu man eye. Lond, 1831, |>. 293.

(6) t a. ]>. p. 12.

Sluiten