Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortzetting deh vezels ik de hersenen.

voort. De pons Varolii zelf is nog gevoelig (1) en veroorzaakt, wanneer hij geprikkeld wordt, bewegingen aan de tegenovergestelde zijde van den romp. De kleine hersenen schijnen in de diepere deelen gevoelig te zijn (2): prikkeling van hare onderste lagen in de nabijheid van het verlengde merg bragt trekkingen in de spieren van den tronk (3) te weeg; door oppervlakkige prikkeling van de kleine hersenen werden zamentrekkingen van de maag, den dunnen en dikken darm, de blaas, de ballen en den uterus opgewekt (4). Beleedigingen van de crura cerebelli ad corpora quadrigemina hebben volgens Rolando convulsiën ten gevolge (o); zoo ook de beleedigingen van de pons Sylvii zelf, volgens Flourens, IIertwig en Budge (6); prikkeling van den laatsten vermeerdert ook de bewegingen van den dunnen darm (7) en de contractie van de iris (8). Bij prikkeling van de thalami nerv. opl. nam Magendie eene trekking waar, welke pijn scheen aan te duiden; de corpora slriala waren zonder gevoel en zonder invloed op de beweging (9). Budge (10) kon door prikkeling van den thalamus nerv. opt. en van het corpus slriatum bewegingen van de maag en den dunnen darm in het leven roepen ; op de maag werken echter slechts de genoemde organen van de regter hersenhelft; de overige deelen der hersenen, namelijk de hemisphaeren van de groote hersenen (11), het corpus callosum (12), de rjlandula piluilaria enpinealis (15) staan in geene betrekking tot de spierbewegingen, of tot het gevoel; zelfs de hoogere zintuigen schijnen door verstoring

(t) J. Müuer, Physiologie, I, 840; Magendie, Syst. I, 21G ; Büdge t a p.S 30.

(2) Magendie, I, 216.

(3) Bcdge, t. a. p. S. 31.

(4) Bcdge, S. 148, 152, 153, 155, 159, 161, 174.

(5) Saggio sopra la strutlura del cervello, p. 128.

(6) Büdge, t. a. p. S. 32.

(7) t. z. p. S. 152.

(8) t. z. p. S. 188.

(9) t. a. p. I, 182, 183.

(10) t. a. p. S. 149, 152.

(11) J. MiiLtER, Phys. I, 852; Magendie, I, 175; Robert in Froriep, N. Nut. N®. 212.

(12) Magendie, 1, 181.

(13) t. a. p. I. 201, 202.

Sluiten