Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenuwen der ingewanden. vaatzenuwen.

waarop deze vernaauwing berust, is het overwigt der takken van den n. oculomotorius, waarvan de contractie der iris afhankelijk is (1).

Met betrekking tot de gezigtszenuwen zijn Magendie's physiologische proeven (2) met de resultaten van het anatomisch onderzoek in tegenspraak. Doorsnijding van eenen wortel van het chiasma sleepte blindheid van het tegenovergestelde oog, doorsnijding van het chiasma in de middellijn blindheid der beide oogen na zich, hetgeen voor eene volkomene doorkruising pleit.

Omtrent den oorsprong en loop der zenuwen van het bindweefsel en van de vaten laat ons de anatomie van het zenuwstelsel geheel in het duister, en ook de physiologische proefnemingen zijn niet in staat, daarover een helder licht te verspreiden. Ik heb boven medegedeeld, dat de vaatzenuwen van den kikvorsch takken v^n de spinaalzenuwen zijn. Stilling vond (3), dat na vernieting van het achterste gedeelte van het ruggemerg de circulatie in de achterste extremiteiten ophoudt en de punten der teenen verzweren; H. Nasse houdt het met Stannius voor uitgemaakt (4), dat de omloop van het bloed langzamer wordt (door verwijding der vaten?), wanneer de schenkel-zenuwen doorgesneden zijn. Tegen deze waarnemingen staan andere over van Baümgürtner (5), Arnold (6), Urecii (7) en Yalentin (8), waarbij, na

stendige resultaat wordt verklaard door de waarnemingen van Stilling (Spinalirritation, S. 157). Op de doorsnijding aan den hals volgt eerst verwijding, zoo lano- de doorgesneden zenuw den prikkel ondervindt, vervolgens blijvende verlamming. Dat de bij den sympathicus gemengde vezels uit liet bovenste gedeelte van het ruggemerg afstammen, heeft Stilling vermoed, en te gelijkertijd Valentin (Funcl. nerv. p. 111) proefondervindelijk bewezen.

(1) De juistheid dezer verklaring wordt weder twijfelachtig door proeven van van Deen (t. a. p. VII, 121), die na doorsnijding der nu. optici en oculomotorii nog zamentrekkingen van de iris wil gezien hebben, daarentegen na doorsnijding van den stam van den n. trigeminus de iris onbewegelijk vond.

(2) Syst. nerv. II, 313.

(3) MülLEis's Archiv, 1841, S. 287.

(4) F. u. H. Nasse, Unlers. I, 100.

(5) Nerven u. Blut. S. 147.

(6) Physiol. II, 362.

(7) De vi et effeclu, quem nervorum terebrospinalium et sympatliicorum sectio insanguinis circulationem et in resorptionem hfilent.Turki, 1337,p. 25.

(8) Funct. nerv. p. 153. —

Sluiten